Volkswagen Golf R Variant

15
20
Specificaties

Volkswagen Golf R Variant 2.0 TSI 4Motion

15/20

Motor
1.984 cc
viercilinder turbo
300 pk / 380 Nm

Aandrijving
vier wielen
7v automaat

Prestaties
0-100 km/u in 5,1 s
top 250 km/u

Verbruik (gemiddeld)
7,1 l/100 km
164 g/km CO2
D-label

Afmetingen
4.562 x 1.799 x 1.467 mm (l x b x h)
2.631 mm (wielbasis)
1.474 kg
50 l (benzine)
605 / 1.620 l (bagage)

Prijzen
NL € 51.990 (25%)
BE € 42.990

Het vonnis
Briljant scheurijzer waarmee je net zo makkelijk de Ikea leegkoopt: waar dit soort auto’s vaak een moeizaam compromis tussen twee grootheden is, doet de R Variant beide met speels gemak. Boodschappen doen was nog nooit zo leuk

Als het idee van een bespottelijke hoop vermogen in een doorsnee stationwagen werkt in Audi’s als de RS3, RS4 en RS6, waarom zou het dan niet werken in een doorzon-ding als de Volkswagen Golf Variant?

Het is allemaal de schuld van Audi. Als die niet ooit begonnen waren brave huis-, tuin- en keukenstations te voorzien van vierwielaandrijving en motoren die door Satan zelf gesmeed leken te zijn, was er waarschijnlijk nooit iemand op gekomen. Het blijft natuurlijk ook een malle combinatie, de onschuldigste aller carrosserievormen met de meest diabolische aller motoriseringen. Al is dat puur gevoelsmatig: waarom zou praktisch gebruiksgemak in de weg moeten zitten van gillend rijplezier? Mag je, omdat je nu eenmaal van veel vermogen houdt, niet af en toe eens een koelkast of een nieuwe Billy vervoeren?

Audi begon er dus mee en het was een doorslaand succes – behalve dan bij de Porsche 911-rijders (en aanverwanten) die midden in de nacht klotsend van het zweet wakker werden omdat ze een stationwagen niet hadden kunnen bijhouden. BMW, Mercedes, Volvo – allemaal kwamen ze met dikke stations die meer vermogen hadden dan goed voor ze was. Een klasse lager (zeg maar de C-klasses en dergelijke) volgde gedwee, maar in de klasse dáár weer onder bleef het akelig stil. Tot nu, want nu is de Golf Variant er ook in een heuse R-versie.

Het is al een tijdje aan de gang dat sommige mensen niet genoeg hebben aan het vermogen dat benchmark Golf GTI te bieden had. Omdat concurrenten ook steeds mallere fratsen gingen uithalen, kwam VW met diverse über-GTI’s. Er waren de 16V, de G60, de VR6 en de R32, een enorme brulboei die er met z’n vierwielaandrijving voor zorgde dat je niet bij elk stoplicht je voorbanden stond op te roken om maar als eerste weg te zijn. Diens 3,2-liter V6 werd voor opvolger R gedownsized naar een 2,0-liter turbootje, maar het vermogen knalde wel van 250 via 270 naar nu 300 pk. En dat dan dus in een verder alleszins modaal stationwagentje. Als dat geen humor is.

Eén klein probleempje hebben we wel, en dat is dat we deze rijtest moeten schrijven op basis van drie (vooruit, vier, het verkenningsrondje meegerekend) rondjes op een circuit. Zo zat het programma dat Volkswagen voor de introductie had bedacht, nu eenmaal in elkaar: naar het circuit in een Golf GTD, paar rondjes in de R, terug in de GTD. Het voordeel is dat we de Golf R hatchback al kennen, en inmiddels aardig bekend zijn met het circuit: Ascari, in de buurt van het Spaanse Malaga. Als we daar één ding geleerd hebben, is het dat deze baan eventuele onvolkomenheden in het onderstel van een auto op een haast genadeloze manier blootlegt. Een licht ontvlambaar mengsel van korte, snelle chicanes, lange doordraaiers, bijna-hairpins en hoogteverschillen maakt van dit circuit er eentje waar een auto gruwelijk door de mand kan vallen of juist kan gaan fonkelen.

Voor de R Variant geldt het laatste. Zet het Dynamic Chassis Control-systeem op ‘Race’ en hij lijkt zich perfect op z’n plek te voelen. De zeventraps dsg-bak trekt maximaal door in de versnellingen, de besturing wordt een tandje steviger en de set-up van dempers en veren nog een tikje straffer. Het is nog steeds geen spijkerharde afstelling, maar hij past de combinatie van Golf en circuit als een latex handschoen. Als je een beetje je best doet (en dat doe je al gauw met een auto als deze in je handen) kun je bochten die dachten dat ze heel wat waren echt pijn doen. Vierwielaandrijving en elektronica gaan een pact aan waarin ze perfect kunnen afstemmen welk wiel hoe veel vermogen moet krijgen. Het gevolg is ongekende stabiliteit in bochten.

Zeker bij het uit-accelereren word je in sommige auto’s wel eens overvallen door het gevoel dat het nu toch ergens een keer moet ophouden, dat als je je voet op het gas blijft houden, de g-krachten een keer te groot gaan worden en je over vier wielen glijdend het grind in zult gaan. Juist op dat soort momenten krijg je via je billen en je handen van de R door dat ie alles perfect onder controle heeft, dat je je nergens zorgen over hoeft te maken. De ingrepen van de elektronica zijn dermate subtiel en nuttig dat ze niet voelen als correcties, maar als hulp. Zo wordt het enorm simpel om hard te gaan, zonder dat je het idee krijgt dat je er zelf nauwelijks meer toe doet, dat de auto het allemaal wel alleen af kan. Dat zou vrij dodelijk zijn voor het gevoel voor avontuur waar je zo’n ding nu eenmaal ook voor koopt. Er zijn nogal wat potente auto’s waarbij de sensatie zorgvuldig de nek om wordt gedraaid doordat het allemaal té makkelijk gaat, maar daar is bij deze R geen sprake van.

Ook met alle elektronische hulpjes uit (want ja, dat kan: gewoon het knopje langer dan drie seconden ingedrukt houden) is controle het sleutelwoord. Uiteraard ga je dan uiteindelijk (maar wat duurt dat lang) wél de grens tussen grip en slip over, maar altijd blijft dat vertrouwenwekkende overheersen. Nooit krijg je het gevoel dat de R met je aan de haal gaat, altijd blijft het onderstel je voorzien van alle informatie die je nodig hebt om de baas te blijven. Kleine hobbeltjes worden in hun gezicht uitgelachen, bochten blijven huilend achter: het is behoorlijk indrukwekkend wat deze medium-station hier laat zien. We hebben zelfs het gevoel dat ie nog beter uitgebalanceerd is dan de hatchback, dat het extra gewicht op de achteras een nog betere verdeling oplevert – al zouden we beide daarvoor naast elkaar over het circuit moeten jagen. Het simpele feit dat dit soort vermoedens opborrelen, is veelzeggend.

Het blijft bizar dat je je pas als je bent uitgestapt en nog even naar ‘m kijkt, realiseert dat je zojuist op pad was met wat in de basis een beste brave stationwagen is. Zo’n ding dat normaal gesproken wordt gebruikt voor een stevige lading boodschappen of om de hond naar het bos te rijden. Het is minstens zo bizar dat dit soort circuitervaringen en een bezoekje aan de bouwmarkt elkaar allerminst hoeven uit te sluiten: zet alle knopjes weer in hun normale stand en je kunt met gemak doorgaan voor een vertegenwoordiger in tuinbenodigdheden. Er zijn natuurlijk zat auto’s die dit soort alleskunnerij pretenderen, maar zelden zijn ze er echt zo goed in als deze Golf R Variant.

Nieuwste van TopGear

Autonieuws