Uitgelicht

Ford F-150 SVT Raptor

Ford F-150 SVT Raptor - Foto 1Ford F-150 SVT Raptor - Foto 2Ford F-150 SVT Raptor - Foto 3Ford F-150 SVT Raptor - Foto 4Ford F-150 SVT Raptor - Foto 5Ford F-150 SVT Raptor - Foto 6Ford F-150 SVT Raptor - Foto 7Ford F-150 SVT Raptor - Foto 8Ford F-150 SVT Raptor - Foto 9Ford F-150 SVT Raptor - Foto 10Ford F-150 SVT Raptor - Foto 11Ford F-150 SVT Raptor - Foto 12Ford F-150 SVT Raptor - Foto 13Ford F-150 SVT Raptor - Foto 14Ford F-150 SVT Raptor - Foto 15
24-01-2012reageer
Net als het geval was bij de prehistorische carnivoor waarnaar hij vernoemd werd, zal er ooit op deze wereld geen plaats meer zijn voor de Ford F-150 SVT Raptor. Zo ver is het gelukkig nog niet.
 
Terwijl we in Europa over elkaar heen struikelen om maar zo weinig mogelijk CO2 uit de dunne uitlaatjes van onze stadshokjes te laten ontsnappen, lijken ze zich buiten ons continent beter te realiseren wat CO2 is (een essentieel natuurlijk gas), waar het voor dient (het voeden van planten, die ons weer zuurstof geven) en waar het vandaan komt (vulkanen, veengrond, koeienkonten en vooruit, ook voor een klein deel uit personenauto’s). Logisch dus, dat autokopers en -fabrikanten in de rest van de wereld zich er nauwelijks druk om kunnen maken.
 
Als gevolg daarvan bestaan er gelukkig nog plaatsen waar het de pk’s zijn die tellen, niet de grammen per kilometer. Waar de uitlaatpijpen nog vuistdik mogen zijn zonder dat voorbijgangers op straat zich meteen persoonlijk op hun ziel getrapt voelen. Natuurlijk wordt er daar ook best op de litertjes gelet, maar ja: als de benzineprijzen niet voor 70 procent door belastingen worden opgekrikt en het dus niks kost om je tank vol te gooien, hoeft het verbruikscijfer niet direct doorslaggevend te zijn bij de aanschaf van een auto, of wel?
 
In de VS heeft Ford het helemaal begrepen met hun F-150 pick-up. Het ding is al jaren een absolute bestseller, en daar lijkt voorlopig geen verandering in te komen: in september 2011 sleet het merk bijna 55.000 F-150’s, tegen nog geen 25.000 exemplaren van de bestverkochte ‘normale’ auto, de Toyota Camry. Zo liggen de verhoudingen daar nu eenmaal: groot en imposant winnen het van verstandig en bescheiden. Voor zo lang het nog mag duren.
 
Ford biedt haar broodwinnende pick-up tegenwoordig ook aan met een zuinige 3,5-liter V6 EcoBoost-turbomotor – niet lachen, vergeleken met de gebruikelijke dikke V8 mag je ‘m zuinig noemen – en naast die uitvoering introduceerden ze ook het uitzinnige monster dat je hier ziet: de F-150 SVT Raptor. Je kunt wel raden welke van de twee op een immense hoeveelheid (zelfs wereldwijde) aandacht mocht rekenen.
 
De Raptor wordt door zijn maker officieel als high-speed off-road performance truck bestempeld. Hij is ontwikkeld om loeihard mee door de woestijn te jakkeren, stuiterend over zandduinen, alsof je aan de leiding rijdt van de Dakar-rally. Waarom? Omdat er ook mensen zijn die liever hun geld aan het échte werk uitgeven in plaats van aan een laffe crossover met voorwielaandrijving. Sterker nog: in de VS zijn er veel van zulke mensen. Ondanks de aanschafprijs, die bijna twee keer zo hoog is als die van een basis-F-150, en het verbruik – idem dito – verkoopt de Raptor als een warm broodje.
 
De rauwe aantrekkingskracht van deze sympathieke schreeuwlelijk begint al bij de grille. Massief matzwart, met dikke Ford-blokletters erin verwerkt en drie kleine oranje running lights, als op een vrachtwagen. De breedgeschouderde spatborden geven de Raptor nog eens een extra angstaanjagend vooraanzicht, en de bollende, uitpuilende motorkap biedt een niet al te subtiele hint naar z’n capaciteiten. De rest van de Raptor-carrosserie lijkt sterk op de gewone F-150, al is die op zichzelf al indrukwekkend genoeg. Op de foto’s krijg je het misschien niet direct mee, dus even als ijkpunt: die kroonkurkjes van de velgen meten in werkelijkheid 17 inch. Echt waar.
 
'Bij het starten van de motor klinkt er een onheilspellende roffel in de verte, alsof er noodweer nadert'
 
Het standaard onderstel van de F-150 werd op veel punten aangepast, onder andere met een Torsen-sperdifferentieel op de voorwielen, draagarmen van gegoten aluminium en een set Fox Racing triple-bypass-schokdempers zo lang als je arm. De gehele auto moest bijna 18 centimeter breder worden gemaakt om alle enorme ophangingscomponenten te kunnen huisvesten; maar nu kun je dan ook met je 2,8 ton zware truck over nagenoeg alles heen springen wat je tegenkomt.
 
Bij z’n introductie in 2009 was de Raptor uitgerust met een 5,4-liter grote V8 met 324 pk, maar deze werd al snel aan de kant geschoven toen bleek dat de meeste gegadigden voor de sterkere optie kozen: een immense 6,2-liter V8 met 416 pk en 588 Nm aan koppel. Het grote ‘6.2L’-logo op de voordeuren van deze testauto maakt meteen duidelijk met welke uitvoering we hier te maken hebben.
 
Mondjesmaat druppelen er momenteel wat Raptors via de grijze import Nederland en België binnen. Onder het motto ‘als we dan toch iets groots gaan rijden, dan doen we het maar meteen goed’ lijkt er een aardige nichemarkt te bestaan voor het beestje. Op grijs kenteken, of lichte vracht in België, is het financieel nog best te doen om in de Lage Landen met zo’n ding te rijden. Praktisch is ie dan weer niet: deze SuperCrew-versie, met verlengde cabine en vier deuren, heeft een wielbasis die langer is dan een hele Ford Ka. Hij meet van bumper tot bumper net geen 5,90 meter, en met een breedte van 2,19 meter – de spiegels niet meegerekend – kun je elke willekeurige bebouwde kom maar beter mijden. In z’n tank past 136 liter benzine, en die zul je nodig hebben ook, want hij verstookt er zomaar twintig per 100 kilometer. Niet dat dat iets uitmaakt: in de Benelux zullen er weinig mensen zijn die ‘m niet op LPG rijden.
 
Met deze bizarre cijfers in ons achterhoofd is het tijd voor de grote klim de cabine in. Je moet onderweg niet naar beneden kijken, maar zit je eenmaal op de riante fauteuil achter het stuur, dan waan je je de koning over land en zee. In het interieur is alles groot en robuust: de armsteunen, de knoppen, de versnellingspook. Boven op het stuur zit een rood centraal streepje, net als bij race- en rallyauto’s. Tussen de tellers prijkt een uitgebreid scherm met offroad-instellingen en relevante informatie, zoals de hellinghoek over lengte- en breedte-as. Bij het starten van de motor klinkt er een onheilspellende roffel in de verte, alsof er noodweer nadert.
 
We staan op de parkeerplaats van Experience Island in Loon op Zand, klaar om de Raptor over een verzameling drassige paden en heuvels te sturen. Een uitgestrekte woestijn konden we in de buurt zo snel niet vinden, dus in plaats van de topsnelheid op onverhard te testen, gaan we maar eens kijken hoe de mastodont het doet bij het betere, kleinschalige baggerwerk. Heel extreem zouden we het toch al niet gaan maken, want de (af en toe lichtelijk bezorgd ogende) eigenaar van de auto volgt onze acties op de voet. Hij laat ons zijn trots te goeder trouw besturen, en het is natuurlijk ook niet onze bedoeling om de gloednieuwe truck voor zijn neus in een boom te hangen. Dus geen sprongetjes vandaag. Modder!
 
Met een allesverpletterende vanzelfsprekendheid dendert de Raptor over de zandpaden. Het gemak waarmee Amerikaanse auto’s zich doorgaans laten rijden, is er bij deze Ford niet minder om. De vering verwerkt de hardste klappen, het stuur draait licht en gevoelloos in je handen, de automaat en de vierwielaandrijving doen hun werk voorbeeldig. Een kind kan de was doen, zelfs in deze blubber.
 
'Er komt een moment dat een invloedrijk persoon opstaat en roept "dat dit niet meer kan"'
 
Het astronomisch hoge gewicht van de pick-up doet de V8 helemaal niets; het blok voelt aan alsof het vrijuit draait, zonder enige belasting. Geef een tikje tegen het gaspedaal, en de motor reageert meteen door je vooruit te schoppen alsof je een of ander onbenullig speelballetje bent. Trap het gas goed in, en hij brult het uit met een hoop hamerende herrie die nog het meest doet denken aan die oorverdovende buggy’s waarmee ze in IJsland tegen rotswanden op proberen te sprinten. Als een woeste bizon baant de Raptor z’n weg, dwars door alles en iedereen heen. Je voelt ‘m sidderen en beven terwijl ie je meevoert en jij je stevig vasthoudt, hopend op het beste. Laat het pedaal los en het beest kalmeert, ontspant rollend zijn spieren, terwijl er rust en stilte in het luxe interieur heerst. We leunen achterover in de leren troon. Hier kunnen we best aan wennen.
 
In de glibberige modder is het leuk spelen met de Raptor. Tijdens het accelereren verliest de achterkant regelmatig grip, waardoor je de enorme laadbak soms kwispelend over de zompige weggetjes moet loodsen. Voor een extra dramatisch effect kun je de auto in de 2WD-modus zetten, met alleen aandrijving op de achterwielen, maar dat idee laten we al snel varen. De losjes aanvoelende besturing is best prettig in dit terrein – het voorkomt gekneusde duimen – maar tijdens al te enthousiast zijwaarts glijwerk hebben we liever iets meer contact. We houden het maar op 4WD.
 
Mocht je je trouwens ooit in een plakkerige modderplas bevinden, of aan de voet van een nogal steile helling, dan toont de Raptor zich een volwaardige offroader. Lage gearing, differentiëlen die op slot kunnen: het zit er allemaal op. De tractiecontrole kent meerdere instellingen voor verschillende ondergronden. De versnellingsbak heeft ook een offroad-modus, die de schakelmomenten aanpast, maar die blijken we hier niet nodig te hebben. Wat we de Raptor ook voorschotelen op dit toch af en toe pittig begaanbare terrein, hij lacht erom. Z’n wielbasis beperkt ‘m wel een beetje op een al te pokdalige ondergrond – rotsblokken bijvoorbeeld – en z’n grootte wordt soms wat lastig op nauwe bospaadjes. Ach, er is altijd nog de kortere SuperCab-variant. Die is slechts 5,60 meter lang.
 
Terwijl we de sleutels van de van onder tot boven besmeurde Raptor weer inleveren, zijn we treurig gestemd. Niet zozeer omdat we de charismatische grote Ford niet mee naar huis kunnen nemen – meer omdat we vermoeden dat het niet lang meer zal duren voor dit soort machtige auto’s aan doorgeslagen wetgeving ten onder zullen gaan. Er komt een moment dat een invloedrijk persoon opstaat en roept ‘dat dit niet meer kan’, waarna alle groengemutste volgers hem of haar jubelend op handen zullen dragen en autoliefhebbers als jullie en wij geen keus zullen hebben dan met onze staart tussen de benen huiswaarts te keren, gedoemd onze dagen in een astmatisch 1.2’tje te slijten.
 
In Nederland koopt haast niemand een snelle of krachtige benzineslurper. Toch wordt dit handjevol modellen nu al finaal de markt uit geprijsd door middel van tienduizenden euro’s CO2-belasting. Dat deze Raptor de dans ontspringt en betaalbaar blijft, enkel en alleen omdat ie een laadbak heeft, dat is prachtig. Maar hoe lang nog?
 
We vrezen met grote vrezen dat auto’s als deze geen lang leven beschoren is. Des te meer reden om er nu zo veel mogelijk van te genieten. Een Raptor koop je omdat ie zo prachtig bruut, onbeschaamd en uitzinnig is. En omdat het nog kan.
 
 
Ook zo’n Raptor hebben?
 
Dit (ooit) sprankelend witte exemplaar haalden we bij Van Dorp 4WD, met dank aan Amerika-importspecialist USA Car Import. Voor de heerlijk smerige speellocatie danken we Experience Island.
 
 

Geen reacties

Geen reacties ontvangen op dit bericht.

Plaats zelf een bericht

Je krijgt automatisch van ons een mailtje met daarin je reactie én een link.
Door op die link te klikken activeer je je bericht op onze site...

Bedankt voor je reactie

Klik op de link die nu naar je gemaild wordt...