Columns May

James May kapt met cabrio's

James May kapt met cabrio's - Foto 1
12-04-20111 reactie
Voor onze James is de tijd in zijn leven gekomen om de Grote Beslissingen te nemen, zoals deze: moet hij cabrio’s blijven rijden?
 
Van sommige dingen in het leven is het makkelijk afscheid nemen. Zo vond ik het helemaal niet moeilijk om te stoppen met skateboarden. Jongere lezers weten wellicht niet dat er in de jaren zeventig een ware skateboardgekte heerste, en juist toen was ik een motorisch gestoorde tiener. Ik probeerde het welgeteld één keer, viel mijn hele gezicht open op het asfalt, en besloot mijn zakgeld voortaan maar uit te geven aan lp’s van King Crimson.
 
Ook aan rugby heb ik relatief weinig tijd besteed. Ik voelde me wel verplicht het eens te proberen omdat mijn vader het had gespeeld, dus het leek erop dat het iets voor mij zou kunnen zijn. Ik deed alsof het me interesseerde zodat ik kon zeggen: rugby, ik heb het echt geprobeerd.
 
Maar op een dag, toen ik in een onnatuurlijke houding met mijn hoofd tussen de billen van twee andere gasten stond geperst, begreep ik ineens dat ik niet goed naar mijn innerlijke stemmetje had geluisterd. Toen ik dacht te horen ‘Ik wil rugby spelen’, had ik eigenlijk gehoord ‘Ik wil saxofoon spelen’, en dat is precies wat ik deed.
 
Zo ging het ook met acteren, dansen in disco’s, een baantje bij een verzekeraar, badminton, paardrijden en bakkebaarden. Ik schoof dat allemaal meteen opzij toen ik de kans kreeg om lid te worden van de jongerenbeweging van de Sheffieldse Conservatieve Partij, en vandaag is het werkelijk voor het eerst dat ik aan al die dingen terugdenk.
 
En onlangs ben ik weer met iets gestopt, en wel met het rijden in cabrio’s. Tegen de tijd dat je dit leest, heb ik al een maand of wat geen cabrio meer, en dat is voor het eerst sinds 1989. Deze keer gaat het me wel zwaar vallen.
 
Op zich was het, op het moment dat ik mijn cabrio verkocht, een goede tijd van het jaar om te stoppen met open rijden, omdat ik er even aan kon wennen. Het was toen namelijk niet al te warm, het mistte en men was melancholiek, en van die andere zaken waar dichters als John Keats niet zo dol op waren (omdat ze tbc hadden, denk ik). Het was weer voor regenjassen, en ik ben nooit een van die lui geweest die vond dat je altijd open moet rijden, ongeacht het weer.
 
Bij iedere temperatuur beneden 11 graden Celsius (zoals je van me mag verwachten, heb ik dit te uit en te na onderzocht), moet je in een cabrio te veel kleren aan. Dat is lastig bij het plassen. En dat is ook lastig om de auto te starten, als je zoals ik altijd vergeet de sleutel uit je broekzak te halen voordat je gaat zitten.
 
Pas nu de lente begint te komen, gaat het echt pijn doen. Want in de lente is een cabrio op z’n best. Winter is te koud, de zomer is vaak te heet, maar in april is het besturen van een open auto hetzelfde als een tijdreis maken omdat de voorjaarsgeuren – die de wedergeboorte van de natuur aankondigen – in je neus geschoten worden met de kracht van een milde supercharger. Dat heb je niet als je met je hond aan het wandelen bent.
 
Je bloed reageert daarop. Je lichaam is zijn tijd dus vooruit, en je staat ineens bovenaan de ladder van de evolutie – Charles Darwin zou het meteen hebben toegegeven.
 
Cabrio’s zijn zo fijn doordat je zoveel dingen ruikt. Lopend ruik je ook het een en ander, maar in een auto met een dak ruik je helemaal niks. In een zoevende cabrio hap je een longvol met een geur, en dan is het de beurt aan een andere geur – vers gezette koffie; koeienpoep; verschaald bier van een terras; de geur van knoflook bij een Italiaans restaurant; heet, vers asfalt bij wegwerkzaamheden; de plakkerige mist van een patatkraam; de uitlaatgassen van een tweetakt grasmaaier.
 
Dat is het fijne van een cabrio. Als je met een hond wandelt, heb je na een uur maar een of twee van die geuren geroken. Een uur in een cabrio geeft je het hele geurenspectrum van alles wat onze wereld de moeite waard maakt. Als Keats een cabrio zou hebben gehad, zou hij wellicht zijn gestorven aan iets interessants, en niet rochelend onder een boom, zich afvragend wat de nachtegalen bedoelden met hun gezang.
 
Helaas voor mij zijn er steeds minder redenen voor me om in een cabrio te willen rijden. Ik kreeg klitten in mijn haar. Ik raakte geïrriteerd omdat ik de radio niet goed kon horen. Ik realiseerde me dat er geen bestuurder van een wit busje bestaat die wat originelers naar me weet te roepen dan ‘Hé Captain Slow’, terwijl ik dat ooit wel grappig vond.
 
Ik had aanvankelijk als regel dat ik nooit in de buurt van de bebouwde kom reed met de kap naar beneden. Daarna had ik als regel dat ik nooit met de kap naar beneden reed zolang het licht was. Toen zag ik Clarkson in een cabrio rijden en besloot dat ik nooit meer met een kap naar beneden zou rijden.
 
Mijn conclusie is de volgende. De maximumleeftijd voor cabriorijders is 44 jaar. Na die leeftijd is het even lullig als sneakers dragen en Twitter gebruiken. Ik ben nu 47. Ik draag geen puberkleren en weet niet wat Twitter is. En ik rijd geen cabrio meer.

1 Reactie

joanna
20-04-2011 20:41:58

James is snoezig! Volgens mij is hij aanbiddelijk in een cabrio.....

Plaats zelf een bericht

Je krijgt automatisch van ons een mailtje met daarin je reactie én een link.
Door op die link te klikken activeer je je bericht op onze site...

Bedankt voor je reactie

Klik op de link die nu naar je gemaild wordt...