Columns May

James May over Fusker, de autokat

James May over Fusker, de autokat - Foto 1
25-05-2011reageer
Een minuut stilte alstublieft, vanwege het overlijden van de ultieme auto-arbiter – want de kat van James, Fusker, heeft het loodje gelegd.
 
Ik kende een leuke collie waarvan de baasjes twee auto’s hadden: een VW Golf en een vierdeurs Mercedes E-klasse.
 
Als hem werd verteld dat ze ‘een ritje’ gingen maken, rende de hond verwachtingsvol naar de Golf, waar hij dan op de hoedenplank ging liggen om de wereld achter zich te zien verglijden. Ik zweer dat er oprechte teleurstelling van zijn kop afspatte toen hem duidelijk werd dat ze die dag in de Mercedes zouden gaan, omdat hij wist dat zijn uitzicht minder mooi zou zijn.
 
Iedereen weet dat honden gek zijn op autoritjes. Wat me daaraan vooral verbaast, is dat ze dus een mening blijken te hebben over auto’s. Hetzelfde geldt voor katten. Katten haten het weliswaar om in een auto te rijden, maar ze zijn er tuk op om op het dak te liggen slapen.
 
De redenen daarvoor zijn evident: een kat op een auto loopt niet het risico om onder een auto terecht te komen, en heeft vanaf het dak een uitstekend overzicht op zowel prooi als vijand.
 
Dat wil niet zeggen dat elke auto goed genoeg is voor elke kat. Een cabrio met een dak van textiel is het beste. Donkere kleuren zijn beter dan lichte, want donkere kleuren absorberen meer zonnewarmte. En de vorm is erg belangrijk. Katten houden niet van Fiat 500’s of van Ford Ka’s want daar glijden ze langzaamaan van af.
 
Iets vierkants met een tamelijk vlak dak is het best voor de kat, en wanneer zeer oude katten een reünie houden, hebben ze het nog altijd over de vreselijke dag waarop de gewelfde Ford Sierra de vierde generatie, platte Taunus verving.
 
Begrijp je? Huisdieren hebben een voorkeur voor bepaalde auto’s. Hun overwegingen zijn niet per se hetzelfde als de onze, en ze redeneren wat minder verfijnd, maar desalniettemin maken ze keuzes. In tegenstelling tot duiven, bijvoorbeeld.
 
Onze kat, Fusker, was altijd al bezeten van auto’s. Hij herkende razendsnel de belangwekkende voordelen die de Fiat Panda hem bood – zwarte lak en een vrijwel horizontale motorkap: zo hoefde hij het dak niet eens op. Als ik bij ons huis kwam aanrijden in de Fiat, lag het voor de hand dat er een zwarte bol wol op de kap zou liggen voordat ik tot stilstand was gekomen.
 
Wat zou Fusker hebben geleerd in zijn 40-kattenjarige kattenleven? Kon hij de auto herkennen? Kon hij mij herkennen? Of zou hij simpelweg hebben geleerd dat een pas geparkeerde auto nog warm was? Het is te makkelijk om het allemaal maar te beschouwen als een hartelijk welkom van de kat, want ik denk dat hij het bij elke auto zou hebben gedaan. Als ik de deur opendeed, sprong hij meestal meteen naar binnen, want binnen, daar was het nog behaaglijker.
 
'Ik hoopte maar dat hij in een leuke auto zat opgesloten, en liefst geen diesel'
 
Maar op een dag deed hij dat niet. En de dag daarna ook niet. Op de derde dag werd hij officieel vermist. Dat was wel eens vaker gebeurd, dus er was niet direct een reden om in totale paniek te ontaarden.
 
Als een hond verdwijnt, is hij meestal weggelopen. Maar als een kat verdwijnt, zit hij meestal ergens opgesloten en komt hij uiteindelijk wel weer terug. Toch maakte ik – zoals elke keer als hij een paar dagen weg was – posters en folders met zijn kop erop, en ging de buurt in. ‘Hij gluipt heel graag auto’s binnen’, zette ik erop. ‘Zit hij misschien in de uwe?’ Ik hoopte maar dat het een leuke auto was, en liefst geen diesel.
 
Als de evenwichtige man die ik ben, werd ik niet hysterisch, al voelde ik me wel wat sukkelachtig terwijl ik daar rondliep met mijn ‘vermiste kat’-posters en -folders. Het stond tenslotte vrijwel vast dat de kat ergens in iemands achterbak een lekkerbekje aan het verschalken was, en mij zodoende veroordeelde tot het lopen van rondjes als een puberale posterplakker, waarbij ik nota bene het milieu vervuilde op dezelfde manier als pizzafolderaars, waarzeggers en schoorsteenvegers.
 
In Engeland is iedereen gek op het drama dat ‘het verdwenen huisdier’ heet. ‘Ah, wat een schatje’, zei de eigenares van de plaatselijke pub toen ze zijn beeltenis boven de bar hing, alsof het een verkiezingsposter betrof. Hij is helemaal geen schatje – hij is een enkelbijtertje – maar dat zei ik niet.
 
Opsporingsposters voor een verdwenen kat ophangen duurt eeuwen, omdat iedereen die je onderweg tegenkomt ook een verdwenen kat/hond/konijn/cavia-verhaal heeft, en al die verhalen lopen altijd goed af, al heeft het soms een paar weken geduurd voor het dier in kwestie weer opdook. En ik wist natuurlijk dat zodra ik alle posters zou hebben opgehangen, degene die hem per ongeluk in diens Opel had opgesloten, terug zou komen van een korte vakantie en hem meteen zou ontzetten. Dan zou de kat smiechtig de keuken binnenkomen en me zodoende voor aap zetten in de hele buurt.
 
Dus toen een buurman me belde om te vertellen dat onze kat dood was gevonden in de berm van de weg, waren we geschokt en verslagen. Hij was maar een kleine kat, en hij was niet erg handig in gebruik, maar toch. Zijn overlijden liet een olifant-groot gat achter in het goede karma van het May-huishouden, want met hem verdween een belangrijk deel van elke blijde thuiskomst: de doffe bons op de motorkap waarmee de kat leek te zeggen: ‘Welkom thuis! Zullen we wat gaan eten?’
 
Alles wat we nu nog hebben is wat verbleekte kattenpootafdrukken op de kap van de Panda, het stille en gesloten kattenluikje, en het niet opgegeten droogvoer in zijn etensbak.
 
Rust zacht, vriend. Ook jij was een autoliefhebber. En je was de Koning aller Katten.

Geen reacties

Geen reacties ontvangen op dit bericht.

Plaats zelf een bericht

Je krijgt automatisch van ons een mailtje met daarin je reactie én een link.
Door op die link te klikken activeer je je bericht op onze site...

Bedankt voor je reactie

Klik op de link die nu naar je gemaild wordt...