Columns May

James May over alcohol en rijden

James May over alcohol en rijden - Foto 1
09-11-2011reageer
Het is een waarheid als een koe dat veel alcohol ons allemaal snookerkampioenen maakt, én dansgoden én onweerstaanbaar voor het andere geslacht, maar we gaan er niet beter van rijden. Dat staat vast.
 
Al op redelijk jonge leeftijd ontdekte ik dat het niet mogelijk is om alcohol te drinken en tevens piano te spelen. Dat feit verbaast me nog steeds, aangezien het boven iedere twijfel is verheven dat ik veel beter kan darten als ik precies zeven glazen bier op heb. Na vier glazen bier heb ik nog niet helemaal een vaste hand en na negen glazen zoeken andere mensen dekking achter het cafémeubilair en beginnen ze waardevolle Victoriaanse etsen van de muren te halen en in veiligheid te brengen, maar ik bezweer je dat er na precies zeven glazen bier een zenuw in mijn lichaam wordt geraakt die de trefzekerheid van mijn pijltjes vergroot tot een niveau waaraan geen prehistorisch stripfiguur zou kunnen tippen.
 
Iets soortgelijks gebeurt er met snooker, maar dan heb ik precies vijf biertjes nodig. Dan krijg ik dat onduidbare gevoel voor precisie dat alle goede snookerspelers bezitten, en dat feilloze gevoel voor natuurkundige wetten – hetzelfde geruststellende gevoel dat vanuit je diepste lichaamskrochten opborrelt wanneer je na lang nadenken een oplossing hebt gevonden voor een ingewikkeld mentaal probleem. Daar gaat die blauwe bal, in die hoekpocket, vanuit een onmogelijke positie. Zag iedereen dat?
 
Ik ben nooit erg sportief geweest, maar ik vraag me wel eens af of er andere sporten zijn waarin ik zou uitblinken na een paar vaasjes. Ik was met name erg slecht in cricket tijdens mijn schooltijd, maar daar wil ik wel meteen bij zeggen dat ik nooit een paar blikken bier kreeg voor de wedstrijd. Ik zou wellicht briljant hebben gespeeld.
 
Dat is waarom ik, terwijl ik toch amechtig weinig ambities heb, graag een evenement zou organiseren dat ik De Beschonken Olympiade zou willen noemen. In plaats van ons zorgen te maken over dopinggebruik, zou ik alle atleten dezelfde uitgangspositie willen verschaffen door ze te verplichten voor de wedstrijd acht blikken goedkoop supermarkthuismerkbier te drinken.
 
Dat zou mijn Olympiade erg in het teken doen staan van het motto ‘meedoen is belangrijker dan winnen’: de Olympische kwaliteit om te mee te doen, zou dan kunnen worden aangeleerd in het café en niet op sportclubs – er zijn nou eenmaal veel meer mensen die naar het café gaan dan dat er mensen lid zijn van sportverenigingen. Het zou bovendien het polsstokhoogspringen aanzienlijk amusanter maken.
 
Maar terug naar de piano – dan werkt het niet. Dat kan ik niet als ik ook maar drie slokken bier op heb. En de ervaring is ook aanzienlijk minder, omdat de muziek – zoals dat gaat – dan binnenkomt door bierige oren, en omdat het eenvoudige, tactiele plezier van het beroeren der toetsen door het bier in de weg wordt gestaan. Daarbij krijg ik na een paar biertjes altijd het alarmerende idee dat de piano bovenop me gaat vallen.
 
Dat brengt me bij het heikele onderwerp van drank en rijden. In essentie is het beste argument tegen die combinatie niet eens een moreel argument; het is gewoon zo dat alcohol het rijden zou verpesten. Rijden is een beetje zoals het bespelen van een instrument, in dier voege dat het om subtiele sensaties en gevoelens gaat, en drank stompt die af. Drank is dubieuze remmen en besturing à la auto’s uit de jaren vijftig – maar dan in flesvorm.
 
'Ik heb een bloedhekel aan de lui die menen dat drank meer kapot maakt dan ons lief is. Maar het gaat echt niet samen met rijden'
 
Dus als een BMW M3 op je afkomt in een nauw straatje, en de bestuurder is enigszins starnakel, kom je in feite in aanraking met een Triumph Mayflower.
 
Wellicht ben jij een van die iets oudere mensen die nog altijd beweert beter te rijden na een paar glazen van het een of het ander, maar dat denk je maar. Wat jij daar denkt, is wat ik denk als ik begin te beweren dat ik kan dansen. Het verschil tussen ons is dat mensen video’s van me hebben gemaakt terwijl ik dans, en dat ik daarom weet dat ik ongelijk heb.
 
Dit alles goed doordacht hebbend, realiseer ik me nu dat het platteland nog veel gevaarlijker is dan ik vroeger al dacht dat het was. Het is daar al tamelijk gevaarlijk, vanwege de slechte verlichting, omdat het er gek ruikt, omdat het ontworpen is om je enkels te verstuiken en sowieso omdat Richard Hammond er woont.
 
Dan zijn er de cafés. Ik kan het niet helpen, maar toch valt het me altijd weer op dat nogal veel van die cafés zich in the middle of nowhere bevinden. Er rijden ook geen bussen daar, zoals vele plattelanders altijd luid klagend op radio en televisie verkondigen, dus de enige manier om in die cafés te komen, is door er zelf heen te rijden.
 
Doen mensen werkelijk al die moeite om ergens te komen en belonen ze zichzelf ter plekke dan met maar een half glaasje shandy? Ik denk het niet. En dan moeten ze nog naar huis.
 
Het volgende probleem is dat de gevaren van drinken en rijden precies hetzelfde zijn als die van het drinken zelf. Als je er een paar op hebt, ben je te dronken om je te realiseren dat je niet meer zou moeten drinken.
 
Dat is behoorlijk onschuldig als je nog maar een paar honderd meter naar huis hoeft te waggelen en dan besluit toch maar in de voortuin van de buurman een uiltje te gaan knappen, maar als je bed een kilometer of tien verderop staat en je nog wat moerassen en oerwouden dient te doorkruisen waarin achterlijke primaten huizen, stel je dus toch wel prijs op de veiligheid en behaaglijkheid van je auto.
 
Mijn advies aan plattelandsdrinkers is het volgende: als je er dan toch voor gaat, zorg er dan voor dat iemand anders met je meegaat. Een taxichauffeur bedoel ik.
 

Kijk, ik ben echt een enorme fan van drank, en ik ben van mening dat het de wereld een betere plaats maakt, en ons tot elkaar brengt, en we allemaal vrienden kunnen worden als we maar genoeg drinken. Ik zal het recht om ons te bezuipen tot aan mijn dood verdedigen – ik heb een bloedhekel aan de lui die menen dat drank meer kapot maakt dan ons lief is. Maar het gaat echt niet samen met rijden. Auto’s gaan er namelijk stuk van.

Geen reacties

Geen reacties ontvangen op dit bericht.

Plaats zelf een bericht

Je krijgt automatisch van ons een mailtje met daarin je reactie én een link.
Door op die link te klikken activeer je je bericht op onze site...

Bedankt voor je reactie

Klik op de link die nu naar je gemaild wordt...