Columns May
James May over de langzame Caterham R500
29-01-20101 reactie
In zijn reeks van superautotests probeert James de Caterham R500.
Verdomd lastig om in en uit te klimmen, zegt James, maar o, wat is-ie leuk.
Verdomd lastig om in en uit te klimmen, zegt James, maar o, wat is-ie leuk.
We praten bij Top Gear heel wat af over snelheid, maar dat is meestal flauwekul. 250 km/u klinkt leuk, maar in de praktijk is snelheid gewoon afstand gedeeld door tijd, en als je het zo berekent, is de Caterham R500 een stuk minder snel.
Ik had namelijk een halfuur nodig om in te stappen, en dat moet je ook gewoon meetellen. Ik ging eerst op het stoeltje staan, zoals gewoonlijk, stak mijn benen vooruit, en prompt glipte mijn jasje over de hoofdsteun. Het was net of ik het met knaapje en al had aangetrokken. Ik er weer uit klauteren, dus.
Bij de volgende poging liet ik me weer hoopvol zakken, maar toen zat ik op de gordel, en omdat de zitting smaller was dan ik, kon ik hem niet om krijgen zonder weer uit te stappen.
Door ervaring wijzer geworden, liet ik de gordel over de rand van het stoeltje hangen toen ik voor de derde keer instapte, maar toen ik ‘m wilde omgespen, besefte ik dat ik ‘m niet ver genoeg had uitgetrokken, en ik zat al boven op de gesp, dus ik moest er wéér uit.
Ik weet niet meer waarom ik er de vierde keer óók weer uit moest, maar ik geloof dat het met het stuur te maken had. Toen ik er eindelijk goed en wel in zat, gordel om, zag ik dat je het stuur eruit kon halen om het instappen iets makkelijker te maken. Ik wilde dat ik dat niet gezien had, want nou heb ik voortdurend de vreemde neiging het stuur onder het rijden los te maken, om te zien of ik het weer op zijn plek kan krijgen voor ik in de kreukels lig.
Ik was op weg, en meteen al trof me iets. Het bleek een flinke kiezelsteen te zijn. De R500 heeft geen voorruit. Waarom niet, weet ik niet. Zo zwaar zijn die voorruiten toch niet, en al is een Caterham-voorruit niet meer dan een rechthoekige glasplaat, zoveel langzamer zal hij daar niet door rijden. Niet langzamer dan door mijn hoofd, te oordelen aan de turbulentie rond mijn Peter Fonda-zonnebril en aan het bijna onmiddellijk afvliegen van mijn hoed.
Na enkele kilometers – ik heb niet gekeken hoeveel, want ik moest steeds op mijn hoede zijn voor laag overvliegende spreeuwen en van vrachtauto’s glijdende steigerpalen – kwam het bij me op dat ik waarschijnlijk geacht werd met een helm op te rijden. Dat zou een goed idee zijn, want dan was mijn gezicht meteen ook niet meer te zien – Caterhams zijn net bordelen: heel leuk, maar je wilt er niet in gezien worden. Ik reed nu toch al, met mijn schedeldak als valhelm, dus ik reed maar door.
De R500 is een extreme interpretatie van een al tamelijk extreem merk. De handgeschakelde zesbak maakt een kabaal alsof je in een gereedschapskist naar een steeksleutel zoekt. Het kuipstoeltje is bijna letterlijk een kuip. Met je armen kun je nergens heen. En er zit geen voorruit op. Om een of andere reden zitten de knoppen voor de ruitenwissers en de ruitverwarming wel in de auto, vanaf het dashboard staren ze je aan tot ze je bijna het zicht benemen.
De R500 is geen stille auto. Hij maakt de mechanische geluiden die jouw auto ook zou maken als ze niet cynisch onderdrukt werden uit naam van de zogenaamde beschaving. Elke keer dat je schakelt, word je herinnerd aan wat er onder je gebeurt, dus hij is nog educatief ook.
De R500 is dus een zinnige auto, als je tenminste hunkert naar de be-vrediging van een soort lichamelijk rijgenot – maar eerlijk is eerlijk, verder deugt-ie nergens voor. Caterham haalt natuurlijk snel de wijze woorden van Chapman aan: vermogen maakt je sneller op het rechte eind, maar lichtheid maakt je overal sneller. En de R500 weegt ongeveer evenveel als een Lotus F1-auto uit de jaren zeventig, wat mathematisch kan worden uitgedrukt als de vierkantswortel van nul komma nada.
Andere superautomakers zeggen een superleggera te maken door de vloerbedekking en de elektrische raambediening weg te laten, maar een Caterham is echt wat je noemt gestript. Of eigenlijk is-ie dat niet eens, want hij was namelijk al helemaal kaal. Alleen de voorruit kon nog worden weggelaten. En omdat de Caterham heel licht is en een hoop vermogen heeft, is hij overal even snel.
Uiteindelijk moest ik tot mijn leedwezen bekennen dat ik me best goed vermaakte. Dat kan natuurlijk niet, dus ik ging gauw naar huis, trommelde Vrouw op en installeerde haar in het bijrijdersstoeltje. Ik heb het over iemand die de Nissan 350Z ‘afgrijselijk’ vindt, en de Ferrari F430 ‘ordinair’. De Caterham vond ze geniaal.
En dat is hij ook. Hij is namelijk ontzettend leuk. Sterker nog: de Caterham R500 is misschien wel de enige leuke superauto ter wereld. Volgens mij wil ik er een.
Deze maand in TopGear Magazine
Het nieuwste nummer ligt nu in de winkel. Met het laatste nieuws, autotests, achtergronden en uiteraard die drie wijze mannen die ook met hun hoofd boven deze site staan.
Gratis nieuwsbrief
Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief voor het laatste TopGear-nieuws
TopGear op Twitter
We tweeten als een dolle parkiet. Nieuws, dingen, zaken, en meer. Volg ons! Nu!















1 Reactie
De Caterham R500 is inderdaad een leuke auto! Lekker puristisch!