Columns May

James May: ik rijd het best

James May: ik rijd het best - Foto 1
31-03-2009reageer
James heeft zich de laatste tijd laten rijden. Dat heeft hem geleerd dat hij vanaf de achterbank ongeveer net zoveel controle over de auto heeft als degene achter het stuur...
 
Het is wel raar dat iemand van Top Gear het moet toegeven, maar ik heb de laatste tijd geregeld achter in een auto gezeten. Dat had verschillende redenen. Ten eerste heb ik een ander tv-programma gemaakt met een tamelijk krap budget, zodat ik vaak liever met het minibusje van de producent meereed, dan kosten te maken met mijn eigen auto. Ten tweede moet ik geregeld naar feestjes en andere festiviteiten, en dan word ik vaak opgehaald door een auto met chauffeur. Bovendien drink ik ook wel eens wat, dus ik heb ook nogal eens meegereden met mannen die het Verenigd Koninkrijk waren binnengekomen met weinig meer dan een oude Hyundai.
 
Voor een deel vond ik het nog leuk ook. Er zijn dingen die je leert over een auto, die je achter het stuur ontgaan. Hoe hij rijdt, bijvoorbeeld. Onderuitgezakt op de achterbank, waar je weinig meer hoeft te doen dan je hoofd recht houden, kan ik mijn sensorische receptoren allemaal gebruiken om te voelen hoe hij rijdt, wat achter het stuur onmogelijk is. Zodoende weet ik dat een oude LS400 niet half zo lekker rijdt als we vroeger dachten.
 
En dan de constructie. Als je niet hoeft te rijden, kun je je concentreren op die kleine dingetjes die echt onthullen hoeveel moeite er eigenlijk voor die auto gedaan is – de ventilatie, de armleuningen, dat soort dingen. God zit hem in de details, en God, dat kan ik je verzekeren, is nadrukkelijk aanwezig in de asbakken achter in een E-klasse. En aangezien er aan dat detail zoveel aandacht is besteed, wil ik best geloven dat het met de motor ook wel snor zit.
 
Maar wat me vooral is opgevallen, is dat vrijwel niemand kan rijden. Ik wil niet doen alsof ik er zelf zo goed in ben, en ik heb altijd gezegd dat mensen die autorijden al te serieus nemen, aanstellers en ouwe wijven zijn, want het is een heel elementaire vaardigheid. Maar ik zie nu in dat ik het mis had. De meeste mensen kúnnen het niet.
 
Ik heb het hier niet over treuzelaars, mensen die stug op de middelste rijbaan van een driebaansweg blijven rijden, of van die lui die in een te hoge versnelling inhalen. Ik heb het over het vermogen om in de juiste volgorde te schakelen, of op het juiste moment op te trekken zonder vrouwen en kinderen de stuipen op het lijf te jagen.
 
Rijinstructeurs hebben het altijd over ‘anticiperen’ en ‘door de bocht heen kijken’, maar ik besef nu dat dat voor de meeste mensen teveel gevraagd is. De chauffeur van de Ford Galaxy waar ik gister in reed, zou eens verder moeten kijken dan zijn motorkap lang is. De wereld zat voor hem vol angstaanjagende verrassingen: andere auto’s, mensen, stoepranden, muren, gietijzeren paaltjes, slagbomen bij parkeerplaatsen. Elke stop was een noodstop. Ik wil niet eens aan zijn remschijven dénken.
 
De chauffeur van de oude Mondeo, vorige week in Herefordshire, leed aan het tegenovergestelde. Hij presenteerde zich als taxichauffeur, maar leek alleen te zijn ingehuurd om uit te zoeken wanneer zo’n auto nou rechtdoor reed, en wanneer hij een bocht maakte, en hoe dat nou kon. Ik dacht echt dat ik het stuur met geweld van hem moest overnemen om in elk geval nog de kans te hebben het te overleven.
 
Veel ontspannender ging het er niet aan toe, toen ik vorige week een BBC-directeur als chauffeur had. Voor hem was alleen invoegen op de snelweg al net zoiets als met een Airbus onder de Tower Bridge door vliegen. Hij dacht kennelijk dat hij het niet redden ging, aan de hoeveelheid zweet die van zijn gezicht gutste te zien. Ik versnel altijd tot ik net zo hard rijd als de andere auto’s en voeg dan gewoon in. Hij schreeuwde moord en brand en kneep volgens mij op het moment suprême zijn ogen dicht.
 
Ik zou nog wel even zo door kunnen gaan, maar het patroon is in elke auto waar ik in meerijd hetzelfde. De bestuurder kan gewoon niet rijden. Ik begin me af te vragen of mensen die solliciteren op chauffeursbaantjes misschien zo grondig gescreend worden op een crimineel verleden, pedofiele neigingen of andersoortige onbetrouwbaarheid, dat er vergeten wordt te vragen of die lui überhaupt ooit wel eens een auto bestuurd hebben. Een heleboel hebben het in elk geval nog nooit gedaan, als je het mij vraagt.
 
Het zou natuurlijk makkelijk zijn om te pleiten voor strengere rijexamens en elke vijf jaar een herexamen, maar dat is de oplossing niet. Gek genoeg weet Jeremy Clarkson misschien wel een oplossing. Normaal gesproken ben ik het uit principe met hem oneens – dat staat geloof ik ook in ons contract – maar deze keer heeft hij helemaal gelijk.
 
Een sluipschutter op elk viaduct. Voor het te laat is.

Geen reacties

Geen reacties ontvangen op dit bericht.

Plaats zelf een bericht

Je krijgt automatisch van ons een mailtje met daarin je reactie én een link.
Door op die link te klikken activeer je je bericht op onze site...

Bedankt voor je reactie

Klik op de link die nu naar je gemaild wordt...