Columns Clarkson
Jeremy Clarkson over upgraden
23-11-2010reageer
Jeremy wil het interieur van zijn Mercedes Grosser upgraden, maar waar is het automobiele equivalent van de Ikea als je het nodig hebt?
Toen ik klein was, was mijn vader de hele week op pad, druk bezig timmerhout en theemutsen te verkopen aan winkels die zulk soort dingen nodig hadden. Ik vond het best, want hij kwam elke vrijdagavond met een nieuwe speelgoedauto aanzetten.
Dan sloop hij mijn kamertje binnen en liet ‘m zien, in zo’n klein doosje, en dan lag ik me te verkneukelen van pure pret, wat voor merk het ook was. Vooral de Buick Riviera vond ik mooi, want als je op de achterruit drukte, gingen de lichten knipperen. Maar ik vond de Alfa Romeo Scarabeo ook mooi, want dat was eigenlijk helemaal geen auto. Dat was de driedimensionale miniatuurversie van een tekeningetje dat een designer bij Alfa ooit in een onbewaakt moment op papier had gezet. Het was een conceptcar. Hij was oranje en in de ogen van een jongetje in South Yorkshire was ie onbestaanbaar exotisch.
Die Dinky Toys en Corgi Toys kostten vijf shilling en zes penny’s – in modern geld 42 eurocent. Dat was niet alleen een mooi prijsje voor mijn niet bepaald welgestelde pa, het mooie was ook dat als ik maar hard genoeg spaarde, ik er zelf ook af en toe een van mijn zakgeld kon kopen.
In de loop der jaren verzamelde ik er honderden en ik speelde er altijd mee. Ik legde er racebanen voor aan, ik schilderde ze met mijn Humbrol-verf over in nieuwe, opwindende kleuren, ik haalde de banden eraf, zette op de overloop gigantische ongelukken in scène en af en toe deed ik de motorkap open om vol verwondering te staren naar ‘de motor’.
Niet zelden echter nam ik ze alleen maar mee naar bed om ernaar te kijken. Ik had een Alfa P33 Pininfarina met een gouden spoiler, een Hillman Imp-politiewagen, een Toyota 2000GT, een Camaro met zwarte strepen, en wees maar niet bang, ik lepel dit niet uit mijn geheugen op. Ik koester mijn collectie zo dat ik hem nog heb. Hij staat op mijn kantoor, ik kijk ernaar terwijl ik dit schrijf.
Veel hebben butsen en krassen, en de Citroën DS is duidelijk in een driftbui beschilderd. Misschien wel nadat mijn zus mijn skippybal lek had geprikt. Maar aan elk deukje, elk krasje, elke bizarre kleur kun je zien dat die autootjes van mij zijn.
Uiteraard heb je altijd van die types als James May die zeggen: ‘Oh, als je ze allemaal in hun doosje had laten zitten, zouden ze nu een fortuin waard zijn geweest’. Dat is waar. Maar wat voor joch zou je zijn als je elke week tegen je vader zou zeggen: ‘Goh, bedankt, pa. Ik ga ‘m wegzetten want over dertig jaar kan ik er misschien wel dertig euro voor krijgen.’
Het is net als met de elpees die ik had. Op de hoezen zitten al net zoveel krassen als op de platen. En net als met wijnen. Wat heeft het voor zin om een doos te kopen als je absoluut niet van plan bent hem op te drinken? En schilderijen. Rembrandt heeft zijn meesterwerken niet geschilderd zodat iemand ze in een kluis zou kunnen zetten. Het idee alleen al.
Je begrijpt dus wel hoe ik tegen mensen aankijk die auto’s hebben waar ze niet in rijden. Het zou natuurlijk tragisch zijn als een Bugatti Royale of een Ferrari 250 GTO een vreselijk ongeluk zou krijgen. Maar als je vol angst voor onvoorziene gebeurtenissen door het leven gaat, kom je nooit je bed uit. Auto’s horen op de weg. Daar zijn ze voor gemaakt.
De grote vraag is alleen: mag je er ook iets aan veranderen? Of moet je ze zo laten zoals ze uit de fabriek zijn gekomen?
Als je het over heel zeldzame auto’s hebt, zeg ik: zo laten. Het zijn auto’s, zeker, maar het zijn ook stukjes geschiedenis, en toekomstige generaties moeten de kans hebben te zien hoe ze eruitzagen toen ze nieuw waren.
'Op dit moment is mijn auto volstrekt origineel, wat wil zeggen dat ie ruikt naar de Egyptenaar van wie hij in de jaren zestig was'
'Op dit moment is mijn auto volstrekt origineel, wat wil zeggen dat ie ruikt naar de Egyptenaar van wie hij in de jaren zestig was'
Bij minder zeldzame auto’s zeg ik: gewoon mee doen wat je wilt. Ik ben een keer met een Eagle E-type door Europa gereden en omdat er betere remmen en een betere koeling in zaten, vloog ie niet de lucht in zodra de zon ging schijnen en knalde ie ook niet tegen een muur op als ik op de rem trapte.
Het is heel eenvoudig. Als je vandaag de dag een E-type gaat rijden, waarom zou je het binnenwerk dan niet wat meer bij de tijd brengen? Je hebt ‘m toch om zijn uiterlijk gekocht?
Sterker nog, Eagle heeft onlangs aangetoond dat zelfs de buitenkant beter kan. Voor een Canadese klant hebben ze een unieke E-type met een nieuwe carrosserie gemaakt en ik moet zeggen: het is zo ongeveer de mooiste auto die ik ooit heb gezien.
Dat brengt mij bij mijn Mercedes Grosser, de 600. Dat is een mooie auto, zeker, maar zou ie beter kunnen? Misschien met een spoiler, of een platte neus? Nee, van buiten valt er weinig aan te verbeteren, maar het interieur is een ander verhaal.
Op dit moment is ie volstrekt origineel, wat wil zeggen dat ie ruikt naar de Egyptenaar van wie hij in de jaren zestig was. En naar de zakenlui die er sindsdien in gereden hebben. Het houtwerk is aan het verbleken. De chauffeursstoel is min of meer in elkaar gezakt – of nee, schrap dat ‘min of meer’ maar. Er zit een cassettespeler in, wat fijn zou zijn als ik mijn cassettebandjes nog had. Maar ik heb alleen nog maar een softrock-medley uit de jaren negentig. En ik houd niet van Foreigner.
Ik heb dan ook het idee dat het interieur een opknapbeurt zou kunnen gebruiken. De vraag is: moet ik ‘m netjes restaureren? Of moet ik er iets heel nieuws van maken?
Want om meer van die auto te kunnen genieten, zou ik mijn iPod en mijn telefoon moeten kunnen aansluiten. Er zou een navigatiesysteem in moeten zitten, en dat kan ook allemaal – voor de luttele som van twee miljoen euro. Maar het gaat me niet eens om die moderne speeltjes, want die gaan toch kapot. Nee, het gaat mij om de rest.
Ik koester de droom om de twee stoelen voorin te vervangen door iets hippers. Een paar AMG-kuipstoelen lijken me prima, in olijfgroen. Dat zou mooi samengaan met het ernstige interieur. En ik wil dikke lamswollen tapijten, in gebrand oranje, en ik wil de drankkast verbouwen zodat er meer ruimte is voor glazen. En ik zie niet in waarom er geen rekje in de kofferbak kan voor mijn AK-47.
Het probleem is echter: als ik nieuwe lampen of vloerbedekking voor in huis wil kopen, staat er meteen een heel leger slanke dames paraat met stalen en contacten met meubelmakers in Spanje. Ze kunnen je raambeslag leveren waar je verstand bij stilstaat – en die daklichten, wilde je die met elektrische bediening?
Voor zover ik weet heb je wel binnenhuisarchitecten maar geen binnenautoarchitecten. Zeker, je hebt van die morsige werkplaatsen waar oude mannen akelig nauwkeurig allerlei zinloze restauratiewerkzaamheden verrichten. Want als ze ermee klaar zijn, worden die auto’s veilig achter een garagedeur gestald.
Als ik zo iemand benaderde met de vraag of hij een paar olijfgroene kuipstoeltjes had voor een Mercedes Grosser uit 1969, zou hij een hartverzakking krijgen. Misschien zou hij nog net kunnen uitbrengen dat je die… nergens…
Waarom eigenlijk niet? Waarom is er geen bloeiende handel in dat soort dingen?
De komende maanden zullen naar schatting dertien miljoen mensen hun baan verliezen. Als ik daar een van ben, ga ik zonder meer overwegen zo’n handeltje te beginnen. Zo niet, dan hoop ik dat jij het gaat doen. Want ik heb heel hard iemand nodig die mijn Mercedes eens flink gaat upgraden. En ik weet zeker dat ik niet de enige ben.
Deze maand in TopGear Magazine
Het nieuwste nummer ligt nu in de winkel. Met het laatste nieuws, autotests, achtergronden en uiteraard die drie wijze mannen die ook met hun hoofd boven deze site staan.
Gratis nieuwsbrief
Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief voor het laatste TopGear-nieuws
TopGear op Twitter
We tweeten als een dolle parkiet. Nieuws, dingen, zaken, en meer. Volg ons! Nu!
Video's
De beste video's van TopGear, gesorteerd op seizoen en aflevering. Veel kijkplezier!














Geen reacties
Geen reacties ontvangen op dit bericht.