Columns Clarkson

Jeremy Clarkson over Kato

Jeremy Clarkson over Kato - Foto 1
03-01-2011reageer
De Ferrari 599 GTO is een boosaardige bolide, althans dat was ie, tot Jeremy zo kinderachtig was hem een naam te geven. Auto’s zijn geen mensen.
 
Ik heb laatst zitten rekenen. Ik heb het afgelopen jaar vijf keer meer tijd doorgebracht met James en Richard als met mijn kinderen. Je leest het goed. Tegenover elke dag die ik met de belangrijkste mensen in mijn leven heb doorgebracht, staan er vijf met een gek en een halvezool.
 
We hebben samen de wereldtournee gemaakt, we hebben samen fotosessies en persconferenties gedaan, we hebben samen geschreven, plannen gemaakt, we hebben alles voor de laatste serie samen opgenomen en ook al een hoop voor de volgende. Ik zeg dit niet om te klagen. Ik ga graag met James en Richard om. Tegenover elke chagrijnige opmerking staan veel grappen en grollen. Het is echt zo dat we opstaan, lachen, roken, weer lachen, een eindje rijden, lachen, roken, drinken en nog meer lachen. Het is een ontzettend goed leven.
 
Maar nu zit ik in Italië voor de opnames van de kerst-dvd van dit jaar en tjonge jonge, wat ben ik blij dat ze er niet bij zijn. Alleen ik. En wat auto’s. Heel veel auto’s. Er gaat niks de lucht in. Niemand valt. Niemand verdwaalt of rijdt te langzaam. Het is een feest van herrie en bandenrook en een Mercedes SLS die met 300 km/u over Imola scheurt op een gloeiend hete, hemelsbreed blauwe dag. Het is pure magie.
 
Zo meteen ga ik de Lamborghini Gallardo LP570-4 Superleggera rijden en dan, vanmiddag, een Porsche 911 GT3. Morgen komt Pagani met de auto die het baanrecord op de Nürburgring heeft verpletterd en daar heb ik dan de hele dag mee, en dan krijg ik nog de V8 Ariel Atom. En dan pak ik de SLS weer. Want hij is er toch en hij heeft twee sets reservebanden en iemand moet die aan flarden rijden.
 
Maar ik vrees dat geen van de auto’s die ik de komende dagen ga rijden, zal kunnen tippen aan iets wat ik twee dagen geleden op Fiorano heb gereden. De Ferrari 599 GTO.
 
Die weegt 1.600 kg en z’n 6,0-liter V12 produceert 670 pk. Het is, kortom, de snelste, sterkste wegauto die Ferrari ooit heeft gemaakt. Het is een beest. Een bruut. Een barbaarse bolide.
 
De eerste keer dat ik ‘m reed was op het TopGear-testcircuit voor een film die je nog niet gezien hebt. Het regende. Het was koud en zoals gewoonlijk zette ik, eenmaal achter het stuur, allereerst de tractiecontrole uit. Ik weet dat die systemen heel handig zijn, maar als je filmt, moet je auto wel een beetje met z’n achterste schuiven. Met tractiecontrole kun je dat vergeten.
 
Ik haalde de eerste bocht en kwam in een spin. En dat gebeurde weer in de Chicago, en daar baalde ik van want dat overkomt me nóóit in de Chicago. Door de oplopende bocht schiet de achterkant altijd mooi naar buiten en doet de auto altijd wat ik wil. Het beest met het getal 599 was niet te houden; in de Hammerhead was het hopeloos.
 
Ik gaf mijn pogingen het beest zelf te besturen op en zette de tractiecontrole weer aan. Toen werd het nog erger, want de elektronische kinderjuffrouw leek het monster onder de motorkap alleen maar te jennen, en nog kwader te maken.
 
In race-modus zou een beetje slippen wel zijn toegestaan, maar het systeem denkt niet: zo is het genoeg, en nodigt je dan uit voor een babbeltje, nee, het systeem schreeuwt meteen ‘STOP!’ en roept het achtereind met een ruk tot de orde, en laat je dan weer slippen. Alvorens weer heel hard ‘STOP!’ te roepen. Het scheelde niet veel of mijn kop werd er afgerukt.
 
Ik was niet de enige. Een F1-testrijder werd in de eerste bocht van de baan geslingerd, en The Stig kwam achterstevoren over de finish. Als ik me niet vergis was dat pas de tweede auto die hém ooit de baas was.

'De reden dat ik zoveel plezier aan de GTO beleefde, is nou net dat ie geen perfecte auto is'
 
De mensen van Ferrari leken echter niet te zitten met de haat die bij ons gewekt werd door de donkere, lichtgewicht mensenvreter die ze hadden meegenomen. ‘Wacht maar tot je ‘m bij droog weer probeert’, zeiden ze glimlachend.
 
In Italië was het inderdaad droog, en dat was beter. Maar de hele tijd dat je in ‘m rijdt, voel je dat ie iets van plan is, dat ie een nieuwe manier aan het bedenken is om jou in de kreukels te rijden. Hij volgt je blik, bekijkt de stand van je hoofd, en als ie denkt dat je je concentratie verliest, hapt ie toe. En hard.
 
Dus ik had er nog steeds de pest aan. Toen beging ik een vreselijke fout. Toen ik aan mijn maat Nikki, een soort coureur, probeerde uit te leggen hoe de 599 zich gedroeg, zei ik dat hij me aan Kato deed denken, de bediende van inspecteur Clouseau in de Pink Panther. ‘Hij houdt zich de hele dag in de koelkast verstopt, en als je melk wilt pakken springt hij eruit en probeert je nek te breken.’ Begrijp je? Ik gaf ‘m een naam. Dat is net zoiets als een dier een naam geven. Als je dat doet, kun je het niet meer haten.
 
Later maakten we opnames waarin ik met Kato moest proberen Nikki in een 458 bij te houden. Daar had ik ontzettend tegenop gezien. Ik wist dat ik eerst vernederd zou worden, en vervolgens vermoord.
 
Na een paar rondes kwamen Kato en ik in een cadans. Op een gegeven moment kon ie de 458 op de rem inhalen. Hij heeft tweedegeneratie koolstofvezel-keramische remschijven voorin en dat was lekker.
 
In de bocht liep de 458 uit, en aan de andere kant lichtte Kato zijn achterbanden van de weg op in de tweede versnelling – en de derde – maar de 458 reed gewoon bij me weg. Al snel gaapte er een gat van een paar honderd meter. Wat Kato heel boos leek te maken, want hij liet mij verder met rust en had het nu op Nikki gemunt, die hij met een angstaanjagende V12-brul en nog zo’n herculische remaanval de stuipen op het lijf joeg.
 
Intussen zat ik de camera uit te leggen dat de GTO een verschrikkelijke auto was met zoveel vermogen dat ie het zelf niet eens in de hand had. Weet je? Ik genoot van elke seconde. Zeker, ik zat in een onhandelbare, onberekenbare, onbehouwen bruut en ik werd verpletterd door de Italia, maar ik kreeg die grijns niet van mijn gezicht.
 
Een uur na de finish liep ik nog steeds te giechelen want, nou ja, ik had van mijn levensdagen nog nooit zo lekker gereden. Nog nooit. Oók niet door Portugal in een Toyota Starlet.
 
We gaan er altijd van uit dat we de meeste lol hebben in de beste auto, dat als ik op Fiorano in de 458 had gereden, dat het dan beter zou zijn geweest. Dat is niet zo. De reden dat ik zoveel plezier aan de GTO beleefde, is nou net dat ie geen perfecte auto is. Kato op Fiorano was net zoiets als een koe in de Grand National.
 
Dat is het nou net. De Grand National doen op een paard zou lollig zijn, opwindend, beangstigend, van alles. Maar op een koe – probeer maar eens een koe de goeie kant op te krijgen of over een hindernis te laten springen: lachen, gieren, brullen.
 
Ik besloot mijn 599-sessie op de dvd met de mededeling dat het niet Ferrari’s finest hour was. Daar voelde ik me schuldig over. Hoe kon dat nou, terwijl het wel míjn finest hour was geweest?
 
Toch is het zo. Maar heel weinig mensen zullen er een kopen, en maar heel weinig daarvan zullen ‘m onder de knie krijgen. De meesten die het proberen, belanden waarschijnlijk in een rolstoel.
 
Moet je dan iets anders kopen? Zeker. Geen mens met een beetje verstand zou ooit zo’n auto kopen. Maar als je ‘m bij 150 km/u, vol op de rem, in een volle powerslip onder je kont hebt gehad en je komt eruit met de neus de goeie kant op, neem van mij aan, dan heb je een grijns op je gezicht die nog breder is dan een 599 met de deuren wijd open.

Geen reacties

Geen reacties ontvangen op dit bericht.

Plaats zelf een bericht

Je krijgt automatisch van ons een mailtje met daarin je reactie én een link.
Door op die link te klikken activeer je je bericht op onze site...

Bedankt voor je reactie

Klik op de link die nu naar je gemaild wordt...