Columns Clarkson

Jeremy Clarkson over duurzaamheid

Jeremy Clarkson over duurzaamheid - Foto 1
07-06-20113 reacties
Hoe verfrissend! In een wereld die geobsedeerd wordt door vervangbare weggooiproducten, neemt onze eigen JC het op voor duurzaamheid en reparaties. Als het om dure auto’s gaat, althans.
 
Mijn Range Rover is een hypochonder geworden. Toen we afgelopen maand een stukje over de snelweg reden, meldde het dashboard plotsklaps dat er een probleem met de ophanging zou zijn en dat ik onmiddellijk moest afremmen tot 50 km/u. Maar omdat ie niet op en neer hopte als een maanlander, noch zich glijdend over z’n buik verplaatste en daarmee dus ook geen vonkenregen achter zich liet, besloot ik gewoon door te rijden.
 
Daar werd de auto niet gelukkiger van. ‘Ik voel me niet goed’, zei hij. ‘Ik moet meteen naar het ziekenhuis, of ik ga dood.’ Ik probeerde ‘m uit te leggen dat hij een gevalletje elektronische mannengriep had, maar dat kocht ie niet. ‘Au’, kermde hij. ‘Mijn benen doen zo’n pijn. Ga alsjeblieft langzamer.’
 
Normaliter zou ik dat gegrien hebben genegeerd, maar het geval wilde dat ik een aardig ritje voor de boeg had, met tussenstops in Londen, Sussex, het uiterste puntje van Dorset, Nottingham, Peterborough en Banbury, en ik zat er eerlijk gezegd niet op te wachten in een van die plaatsen te blijven steken – mocht de auto eventueel de waarheid vertellen. Dus verblijft ie, terwijl ik dit schrijf, inderdaad in het ziekenhuis, met z’n vreemde klachten, en dat stelt mij voor een dilemma.
 
Die auto is pas drie jaar oud en heeft minder dan 60.000 kilometer gereden. In feite is ie gewoon nieuw. En, ondanks dat we in TopGear altijd zeggen dat het leuke aan Alfa’s is dat ze kapotgaan en dat dat van karakter getuigt, is de belangrijkste eigenschap van een auto-voor-elke-dag simpelweg betrouwbaarheid. Ik weet niet helemaal zeker of ik wel zin heb om de komende paar jaar overal duimend en biddend heen te rijden. Om niet te verwachten dat ik ergens zal aankomen, maar dat alleen maar te kunnen hopen.
 
Ik wil mijn Range Rover niet inruilen want dan moet ik een andere kopen, en de nieuwere modellen zijn zo vreselijk vulgair met hun opzichtige grilles en hun idiote Swarovski-koplampen. Toch zal ik dat waarschijnlijk doen, en omdat er nog een paar duizend mensen zijn zoals ik, zal de inruilwaarde waarschijnlijk een euro of zes zijn.
 
Dat is eigenaardig. Toen ik me voor het eerst ging scheren, ik was toen een jaar of drie, kreeg je van je vader een scheermes, en daar hechtte je je aan. Tegenwoordig koop je een scheermes en zodra het mesje ook maar een beetje dof wordt, gooi je het weg.
 
Dat geldt niet alleen voor scheermesjes. Je kunt dezer dagen onderwatercamera’s kopen voor eenmalig gebruik. Voor iemand van mijn leeftijd is dat onbegrijpelijk. Een camera die je op de zeebodem kunt gebruiken en die je als het rolletje vol is, weggooit – wat is dat? Al die technologie. Die fabriek. De complexe logistiek en de vervoerskosten. En daarmee kun je dan een keer een vis fotograferen? Eén keer?
 
James May gaat echter nog verder. Hij koopt doodleuk elke drie uur een horloge – gemiddeld – en moet zodoende een horlogeverzameling hebben waarmee hij zijn hele huis kan vullen. Terwijl ik zeker weet dat zijn opa ten grave is gedragen met hetzelfde horloge dat hij kreeg voor zijn 21e verjaardag.
 
Toch ben ik niet in de positie daar al te veel kritiek op te leveren omdat gisteren de iPhone van mijn zoon vastliep – heb je ooit zoiets dols gehoord? Vast niet – en ik tegen hem zei dat hij wel een van mijn oude iPhones mocht gebruiken. Daar heb ik er zes van. Kun je dat geloven?
 
De iPhone is ongeveer vijf minuten op de markt en ik ben al toe aan mijn zevende exemplaar. Natuurlijk zijn sommige stukgegaan, maar drie ervan heb ik vervangen omdat er een barst in de kast zat, of omdat ik in een winkel stond en zag dat er een nieuw model was verschenen.
 
Dat is waanzin. Een camera, een telefoon, een muziekspeler, een internetbrowser en een vliegtuiglandingssysteem weggooien en 700 euro uitgeven aan een nieuwer exemplaar alleen maar omdat er een nieuwer exemplaar bestaat? Waanzin.
 
En dat wordt opgeschreven door een man die altijd de ketchupknijpfles opensnijdt om ook het laatste beetje eruit te kunnen krijgen voor ik ‘m weggooi. Ik haat mezelf vanwege die verspilling, vanwege dat belachelijke, waardeloze consumptiegedrag. Toch bevind ik me nu op het punt dat ik overweeg om mijn Range Rover in te ruilen omdat ie misschien – heel misschien – een griepje zou kunnen hebben.
 
Ik sta daar niet alleen in. Je kunt een nagenoeg nieuwe Mercedes-Benz SLS kopen voor bijna een ton onder de catalogusprijs, simpelweg omdat de eerste eigenaar erop is uitgekeken. Of wat te denken van een Aston Martin DBS voor minder dan anderhalve ton? Dat is een ton onder de nieuwprijs. En dat ding zit dan ook nog gewoon in de doos.
 
Dat komt allemaal omdat er tegenwoordig veel mensen zijn die een auto zien als een gebruiksartikel, als iets dat je weggooit als je erop bent uitgekeken. Anderzijds is dat prachtig nieuws voor de mensen die wel gezond verstand hebben. Het betekent namelijk dat de occassionmarkt overspoeld wordt door auto’s die nog acht of tien jaar prima dienst kunnen doen.
 
Zo vond ik dit: een Mercedes CL500 uit 2000 met 250.000 kilometer op de teller – voor 6.500 euro. We hebben het dus over een auto uit de 21e eeuw – een tweedeurs versie van de S-klasse, jawel – met elke voorstelbare accessoire, inclusief een dvd-speler en AMG-velgen. Die kost dus minder dan welke nieuwe auto ook, al komt ie uit Zuid-Korea of China.
 
Een CL voor 6.500 euro – en ja, ik heb het over de versie met die schitterende achterruit – is eenvoudigweg belachelijk. Misschien klinkt 250.000 kilometer als een hoop, maar de kerel die me ophaalt van feestjes als ik bezopen ben, rijdt in een S-klasse met 500.000 kilometer op de teller. En die auto is als nieuw.
 
Uit hetzelfde jaar, en voor ongeveer hetzelfde bedrag, maar met veel minder kilometers op de teller, kun je een BMW M5 kopen. Dan heb ik het niet over een slap aftreksel met zes zielige cilinders onder de kap. Ik heb het over de moddervette, uitgeboorde, 5,0-liter V8.
 
Er zijn talloze Audi’s, Bentleys en Lexussen op de markt die allemaal een habbekrats kosten en waarmee je nog naar de maan en terug kunt rijden. Ja, ze zuipen benzine, maar wat kan dat je schelen als je acht mille hebt betaald voor een auto van twee ton? Maar! Je moet natuurlijk geen klassieker kopen.
 
Klassiekers zijn te duur, en hoe leuk en spannend het idee ook lijkt, je moet goedkope exoten vermijden omdat ze kwetsbaarder zijn dan de vleugels van een vleermuis. Maar een Mercedes-Benz of een Audi of een Range Rover? Dat is niet alleen een koopje. Daarmee steel je ook van de rijken en, hoewel ik het zelf nooit heb gedaan, weet ik zeker dat dat je een heerlijk Robin Hood-gevoel zal geven.

3 Reacties

Steyn Reimert
07-06-2011 13:10:23

heeft dit artikel een poos terug al niet eens in jullie blad en/of op jullie site gestaan? het komt me zo bekent voor!

astonfan
07-06-2011 15:37:09

Het heeft inderdaad in het magazine gestaan, volgens mij dat nummer met de mp4-12c

ruud
03-08-2011 00:18:57

onze peugoet (hebben wel al 7 jaar) heeft nog nooit pech gehad.

Plaats zelf een bericht

Je krijgt automatisch van ons een mailtje met daarin je reactie én een link.
Door op die link te klikken activeer je je bericht op onze site...

Bedankt voor je reactie

Klik op de link die nu naar je gemaild wordt...