Columns Clarkson

Jeremy Clarkson over de Lancia Stratos

Jeremy Clarkson over de Lancia Stratos - Foto 1
17-05-2011reageer
De Lancia Stratos uit de jaren zeventig was een geweldige auto. Met fouten, jazeker, maar toch geweldig. De nieuwe Stratos is een geweldige auto – zonder mitsen of maren. En dat zegt een man die ‘m nog niet heeft gereden.
 
Eind 2010 vroeg de grote baas van TopGear me om uit alle auto’s die dat jaar nieuw op de markt kwamen de beste te kiezen. Dat was zo’n beetje hetzelfde als op een publieke wc binnenkomen en de schoonste pot proberen te vinden.
 
Ze waren allemaal bruin en eng. Of Frans. Ik veronderstelde dat 2011 ons meer van dezelfde bagger zou brengen omdat auto’s die nu worden gelanceerd, ontworpen zijn in de tijd dat de bank Lehman Brothers failliet ging en IJsland explodeerde. Ik veronderstelde daarom dat er niks anders op de markt zou komen dan kilometerslange rijen Hyundai’s en Kia’s en dat de enig vrolijke noot uit een off-road, SUV, onderwater-Mini zou bestaan.
 
Maar op een dag, niet lang geleden, zag ik op een onbewaakt ogenblik een foto van de nieuwe Lancia Stratos. Mijn nekharen leken ineens gevoel te hebben en mijn tanden begonnen te jeuken. De oude Stratos is een van mijn favoriete auto’s aller tijden. Het was moeilijk om erin te stappen, het was moeilijk om eruit te stappen, hij was moeilijk te besturen en, vanwege de vreemde zitpositie achter het stuur, had je het idee zijwaarts te rijden en niet rechtdoor – zelfs nog voor je ‘m had gestart.
 
Nadat je ‘m had gestart en het gaspedaal had ingedrukt – dat zich achter de zonneklep van de passagier bevond – kreeg je meteen een verschrikkelijk ongeluk omdat de Stratos een wielbasis had van ongeveer drie centimeter. En omdat het rempedaal nog in de fabriek lag.
 
In de juiste handen was de Stratos echter een groots rallywapen. Zo groots, om precies te zijn, dat ie wereldkampioen werd in 1974, 1975 en 1976, waarbij hij illustere concurrenten als de Ford Escort en de Vauxhall Chevette versloeg. In die tijd was ik niet erg geïnteresseerd in rallyauto’s. Dat was allemaal achterkamertjespolitiek en gekonkel.
 
Maar ik hield van de Stratos als auto voor op de openbare weg. In het bijzonder als ie grote dikke mistlampen had en uitgevoerd was in de kleuren van Alitalia. Het idee voor een auto als de Stratos ontstond naar aanleiding van een stupide conceptcar in 1970, maar uiteindelijk werd ie ontworpen door Marcello Gandini – de man die zijn tanden stukbeet op de Lamborghini Miura en een kunstgebit nodig had nadat hij de Countach bedacht.
 
Aanvankelijk had Lancia geen idee wat het moest beginnen met deze nieuwe, op een korte wielbasis staande en haaks sturende, wigvormige auto. En dus had Lancia ook geen idee wat voor motor erin zou kunnen passen. Het bedrijf probeerde het met de V4 uit de Fulvia, toen met een normale motor uit de normale Bèta, om uiteindelijk te besluiten er de V6 uit de Dino in te bouwen. Die werd gebouwd door Ferrari, maar dat was een publiek geheim.
 
Het eindresultaat was zonder meer een supercar, en daarom mocht ie als poster prijken op de muur van mijn slaapkamertje. Als ik James May zou zijn, zou ik nu schrijven dat ik er jeuk aan de wortel van mijn geslachtsdeel van kreeg.
 
Tegen de tijd dat ik daadwerkelijk in een Stratos reed, was de wereld veranderd en de techniek vooruitgegaan, en voelde hij helemaal niet meer aan als een supercar. Of zelfs maar als een superachtige auto. Het was meer alsof je een broek van je opa aantrok: hij voelde oud en oncomfortabel aan. Een wringer in een wereld vol automatische wasmachines. Een mooie wringer, ja. Een Alitalia-wringer. Maar toch een wringer.
 
'We hebben een door Pininfarina gebouwde en door Ferrari aangedreven auto die eruitziet als een Stratos. Hoe perfect is dat wel niet?'
 
Natuurlijk is de Stratos in de afgelopen decennia nooit helemaal weg geweest. Je kon een soort zelfbouwpakket kopen van een firma genaamd Hawk. En hoewel het resultaat dat daaruit voortvloeide wel enigszins op een Stratos leek, was het rijden heel anders – laat ik vriendelijk blijven en het ‘interessant’ noemen.
 
Dus heb ik met smacht gewacht op de dag dat de mannen die het voor het zeggen hebben bij Lancia wakker werden en op een zonnige ochtend tegen elkaar zouden zeggen: weet je wat, laten we de beste auto die we ooit hebben gemaakt een waardige opvolger geven. Dat duurde even. En nog even.
 
BMW kwam met de nieuwe Mini. Fiat kwam met de nieuwe 500. GM kwam met de nieuwe Camaro. Take That kwam met een nieuwe look. Maar vanuit Lancia bleef het stil. Lancia bouwde een eindeloze reeks zielloze Fiats om tot auto’s voor Italiaanse politici die in een nationaal product moesten rijden.
 
Bij tijd en wijle zei iemand in Italië wel dat ze dáchten over een nieuwe Stratos. Ze lieten zelfs een keer een paar ontwerpen zien. Maar die mensen bij Lancia lieten ons niks meer zien dan flauwe aftreksels en oppervlakkige ideetjes. Ze waren helemaal niet van plan een van die auto’s echt te gaan bouwen. Zo is het nog steeds. Lancia maakt nog steeds alleen maar troep. En er is nog steeds geen nieuwe Stratos.
 
Toen las ik enkele maanden geleden in de TopGear dit artikel. Tot mijn blijdschap blijkt er ergens iemand rond te lopen die net zo ongeduldig is als ik ben, maar dan wel stukken kundiger en fanatieker, en die was het wachten zat. Hij ontwierp een Stratos voor de 21ste eeuw.
 
Kort gezegd, is het een Ferrari 430 waarvan het chassis 200 mm korter is, zodat ie opnieuw die vreemde, korte wielbasis heeft. Hij heeft een rolkooi, keramische remmen, zo’n stomme versnellingsbak met peddels aan het stuur, een koolstofvezel interieur en een nieuw motormanagementsysteem dat de V8 dik 534 pk geeft.
 
Maar dat alles verbleekt – overdrachtelijk en letterlijk – door de koolstofvezel carrosserie. Hij lijkt niet op de oude Stratos. Hij lijkt op wat de Stratos had kunnen zijn geweest als Lancia niet de afgelopen veertig jaar bezig was geweest Fiats te herbouwen. Hij oogt fantastisch. En om het geheel áf te maken, wordt ie gebouwd door Pininfarina. Dus. We hebben een door Pininfarina gebouwde en een door Ferrari aangedreven auto die eruitziet als een Stratos. Hoe perfect is dat wel niet?
 
Helaas is de website van de maker vertaald uit het Italiaans, en dat betekent dat de gebezigde taal zo verbloemd is dat het lijkt te zijn geschreven met het sap van een geranium. Je kunt er een week op gaan studeren en dan weet je nog niets. En de enige onafhankelijke rijtesten die met de Stratos zijn gehouden, lijken te zijn geschreven door mensen die de waarheid niet willen vertellen omdat ze bang zijn de ontwerpers tegen het zere been te schoppen en zodoende nooit meer een exclusief voorproefje te zullen krijgen.
 
Ik heb bovendien gehoord dat de Stratos ongeveer zes ton gaat kosten. Maar – en ik zeg het opnieuw – we hebben het wel over een door Pininfarina gebouwde, door Ferrari aangedreven auto die eruitziet als een Stratos. Zoiets is wat mensen ertoe aanzet banken te gaan overvallen. Je zou toch ook wel zes ton willen uitgeven aan een jonge vrouw die zo fanatiek is als Margaret Thatcher, zo grappig is als Victoria Wood en het lichaam heeft van Scarlet Johansson, niet dan? Nou, dat is deze auto.
 
En dus, misschien iets eerder dan je verwachtte, zou ik willen stellen dat – hoewel de BMW 1-serie M en de Citroen DS3 Racing zich kranig zullen weren - mijn Auto van het Jaar 2011 de nieuwe Lancia Stratos is. Nu moet ik ze alleen alle drie nog zien te gaan rijden.

Geen reacties

Geen reacties ontvangen op dit bericht.

Plaats zelf een bericht

Je krijgt automatisch van ons een mailtje met daarin je reactie én een link.
Door op die link te klikken activeer je je bericht op onze site...

Bedankt voor je reactie

Klik op de link die nu naar je gemaild wordt...