Columns Clarkson
Jeremy Clarkson in Zuid-Afrika
19-07-2011reageer
Groeten uit een ander continent – onze jongens waren de gastheren van het Zuid-Afrikaanse TopGear Festival. Jammer dat iedereen bijna stierf en het publiek alleen maar bang was.
Het had het Goodwood Festival of Speed van Afrika moeten worden. De bekendste namen uit de autosport, een schitterende parade van de beste auto’s die ooit zijn gebouwd, en wij drieën – de kabouter, de opschepper en de orang-oetan – rondhollend en in de fik vliegend op ons eigen podium in het midden van het circuit.
Dit was het eerste TopGear Festival ooit op het glorieuze Kyalami-circuit in Zuid-Afrika. Op papier zag het er allemaal fantastisch uit: we hadden gasten als David Coulthard, Jody Scheckter, Derek Bell, Eddie Jordan, Stirling Moss, Tiff Needell, Sabine Schmitz, en Nick Mason van Pink Floyd – die twee auto’s uit zijn eigen collectie had ingevlogen.
Er waren races gepland tussen de Red Bull Formule 1-auto en een superbike. Richard, James en ik zouden het circuit gierend ronden in een Mercedes SLS, een Porsche 911 GT3 RS en een Ferrari 458. Tiff zou een stuntcursus geven waar mensen konden leren J-bochtjes te maken. Sabine zou een rallyparcours rijden in een Subaru, en constant zouden meer dan 400 auto’s – stuk voor stuk zeldzaam en opwindend – over het circuit denderen in een onophoudelijke orgie van geluid en woeste drifts.
Tijdens de repetities baadde het circuit in de avondzon, en ik zag hoe Jody Scheckter – mijn jeugdheld – rondscheurde in zijn Formule 1-winnende Ferrari uit 1979 terwijl David Coulthard hem op de hielen zat in de Red Bull. Dat geluid. Dat spektakel. Het was de aanlokkelijkste show die we ons konden voorstellen, en we konden dan ook niet wachten tot de hekken zouden opengaan en het publiek op de tribunes zou zitten.
Het zal je dan ook verbazen dat James May en ik, op de laatste dag van het festival om een uur of elf ’s ochtends voorover gebogen stonden tegen de leuning van een bank, met onze broeken op onze knieën en bijtend in kussens, terwijl twee Zuid-Afrikaanse verpleegsters injecties in onze billen zetten die ons ‘weer tot leven’ zouden wekken. Hammond heeft de foto’s. Die zijn geld waard.
Wat is er dan misgegaan? Hoe kon ons fortuin, dat ons zo had toegelachen, zich zo tegen ons keren dat we medische heksenkunsten moesten inroepen om ons de laatste dag te laten overleven? Nou, dat antwoord bestaat uit een heel simpel woord, eentje maar (of twee, vooruit): het weer.
Natuurlijk rijden auto’s ook wanneer het regent. Zelfs Formule 1-auto’s blijven werken wanneer het hoost. Maar Zuid-Afrikaanse regen is een ander type regen. Het komt naar beneden of iemand het tweepersoons ligbad van God himself heeft omgeduwd. Onophoudelijk, zonder mededogen.
In zulke omstandigheden doen auto’s het niet, en dat is zelfs maar ten dele zo omdat je ze eenvoudigweg niet kunt bereiken en kunt instappen zonder te verdrinken. Dat is dus maar de helft van het probleem, want Zuid-Afrikaanse regen is doorgaans voorzien van een flinke portie donder en bliksem.
De eerste bliksemflits van het weekeinde, op vrijdagmiddag, raakte een van onze cameramannen, en toen werden we ons bewust van het probleem. Alle tribunes rondom ons podium waren gebouwd van steigerpalen. Dat betekende dat we 7.000 mensen rondom ons zouden hebben zitten in ’s werelds grootste elektrische stoel. Het had alleen nog erger kunnen zijn als we ze allemaal hoedjes hadden opgezet van natte sponzen en vergieten.
Dat was nog niet het einde van de wereld – want ons podium was toch al veranderd in een zwembad. We zochten ons suf naar een oplossing, naar iets wat wel zou werken in een niet-aflatende hoosbui van Bijbelse proporties. Alles zou goed zijn geweest, elk idee was welkom. Maar omdat we geen speedboten bij ons hadden, was er simpelweg geen oplossing.
'Wat konden we doen? De tribunes laten vollopen met mensen en dan maar hopen dat niemand geëlektrocuteerd zou worden?'
Dapper als hij is, durfde Tiff Needell op zaterdag wel in een Ariel Atom te stappen. Binnen een halve seconde was hij volstrekt doorweekt. Intussen maakte Richard Hammond zich grote zorgen dat hij zou worden getroffen door de bliksem – wat erg onwaarschijnlijk was omdat hij naast mij stond – en eiste al snel daarna dat hij een snorkel zou krijgen omdat hij anders staand zou verdrinken.
We werden gedwongen onze show uit te stellen totdat de storm was overgetrokken. Dus we wachtten en wachtten en wachtten en toen de duivelse hoosbui uiteindelijk was overgegaan in een helse stortbui, zwommen we het podium op en presenteerden een halve show aan een man of 65. Waarvan de meesten onze mecaniciens en roadies waren. Verder had iedereen het opgegeven en was naar huis gegaan. Of ze waren gedood door het weer. Het was een epische tragedie.
Die avond kregen we te horen dat de weersvoorspelling voor zondag al even rampzalig was, zodat James en ik bedachten dat de beste manier om de pijn van een aan diggelen liggende ambitie maar te verdoven met ruime hoeveelheden bier, wijn, cocktails en Patrón. Dat laatste is een Zuid-Afrikaanse mix van koffie en tequila. Het is een legendarisch drankje, maar dat alles betekende wel dat we enigszins waren aangeschoten toen we naar bed gingen.
Dat maakte dus geen moer uit, want de volgende dag hoefden we toch niets anders te doen dan binnen te zitten en naar buiten te kijken en onszelf wijs te maken dat het aan het opklaren was.
Je zult je dus kunnen voorstellen dat ik de volgende ochtend verbaasd was toen ik de gordijnen in mijn kamer openschoof en zag dat de lucht strak en helder blauw was. Even was ik blij, toen braakte ik even, en toen ging ik in de puinhoop die mijn kamer inmiddels was, op zoek naar een hele strip Nurofen.
Zo kwam het dat ik een uur later voorovergebogen stond over de leuning van een bank met een naald in mijn kont en dat ik tien minuten later Kyalami rondscheurde, gevolgd door James die maar bleef schreeuwen dat hij geïnjecteerd moest zijn met wodka, omdat hij zich geen enkele bocht van het circuit kon herinneren en ook niet meer wist wat hij nou precies met het stuur in zijn auto aan moest.
De tribunes zaten stampvol, de sfeer was magisch. Een Ferrari crashte. Het publiek brulde. Coulthard deed een donut in zijn Red Bull. Eddie Jordan liep in de pits rond. Nick Mason brak op een haar na het wereldrecord van 0 naar 160 km/u en terug naar 0. Alles verliep perfect tot er in de verte donkere luchten aanzwollen.
Onze laatste show stond gepland om vijf uur. We konden dat niet echt uitstellen omdat wij, en alle roadies en technici, die avond het vliegtuig moesten halen om een paar dagen later in Oslo te kunnen optreden. Dus wat konden we doen? De tribunes laten vollopen met mensen en dan maar hopen dat niemand geëlektrocuteerd zou worden? Wel uitstellen en ons vliegtuig missen? De show annuleren en de mensen hun geld teruggeven?
Dat zijn al geen makkelijke beslissingen om te nemen als je op je best bent, maar als je staat te zweten en trillen en je Zuid-Afrikaanse verpleegsters wilt vragen om nog een injectie in je achterste, dan is het wel heel moeilijk kiezen.
We kozen ervoor de show te laten doorgaan, en terwijl de bliksem en de donder op ons neerkeken, moet ik zeggen dat het de beste show was die we ooit hebben gegeven. Ik stond tot mijn knieën in het water, Hammond tot zijn oksels. En May zag eruit als een verzopen kat, maar het lukte allemaal toch.
Ik wil op deze plaats het Zuid-Afrikaanse publiek bedanken omdat ze hun levens hebben geriskeerd om ons te kunnen zien. Ik hoop dat ze evenzeer hebben genoten als wij.
Deze maand in TopGear Magazine
Het nieuwste nummer ligt nu in de winkel. Met het laatste nieuws, autotests, achtergronden en uiteraard die drie wijze mannen die ook met hun hoofd boven deze site staan.
Gratis nieuwsbrief
Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief voor het laatste TopGear-nieuws
TopGear op Twitter
We tweeten als een dolle parkiet. Nieuws, dingen, zaken, en meer. Volg ons! Nu!
Video's
De beste video's van TopGear, gesorteerd op seizoen en aflevering. Veel kijkplezier!














Geen reacties
Geen reacties ontvangen op dit bericht.