Autotests

Bentley Continental SuperSports Convertible

Autotest: Bentley Continental SuperSports Convertible - Foto 1Autotest: Bentley Continental SuperSports Convertible - Foto 2Autotest: Bentley Continental SuperSports Convertible - Foto 3Autotest: Bentley Continental SuperSports Convertible - Foto 4Autotest: Bentley Continental SuperSports Convertible - Foto 5Autotest: Bentley Continental SuperSports Convertible - Foto 6
22-09-2010reageer
Wil je een W12 met 621 pk, twee deuren, een Bentley-logo op de grille en een open dak? Dan is de Continental SuperSports Convertible de auto voor jou.
 
De weg is vlak, lekker breed en kronkelt als een lange betonnen slang over de berg omhoog. Het uitzicht is machtig mooi. Onder mijn gat heb ik een Bentley Continental SuperSports Convertible. De kap ligt opgevouwen achterin, een donkere roffel van de 621 pk sterke W12 begeleidt me tijdens de rit. Het zonnetje doet de King James-rode lak van de auto schitteren, mijn voorhoofd krijgt ongeveer dezelfde tint. Op één punt wordt dit schijnbaar perfecte plaatje grondig verpest. De plaatselijk toegestane snelheid is veertig kilometer per uur. De lokale politie is massaal aanwezig om de weggebruikers tot deze slakkengang te manen, op straffe van een prent of celverblijf. Een ergere straf dan deze kan ik me echter niet voorstellen.
 
Dat heb ik weer. Ik zit in een auto die met dik 320 km/u een van de snelste cabrio’s ter wereld is, terwijl de maximumsnelheid het noodzakelijk maakt in de eerste versnelling door te sukkelen. De overige vijf versnellingen roepen als kleine duiveltjes in mijn oor: sneller, sneller, maar een verblijf in een gevangenis in de Rocky Mountains lijkt me geen optie. Ondertussen probeer ik in mijn hoofd een mooie zin te maken om mijn frustratie voor jullie te omschrijven. Ik kom niet verder dan áááhrg!
 
Uiteraard speelt het uiterlijk een grote rol in deze misère. Met dit zonovergoten weer glanst de bloedrode kleur nog sterker en zweept je op om los te gaan. Voor wat betreft de velgen is een betere combinatie met de felrode carrosserie niet denkbaar: diep zwart en twintig inch in doorsnee. De kap is ook zwart. Nu hij is neergeklapt heb je van alle kanten een prachtig zicht op het interieur. De kleuren zijn heel contrastrijk, tot aan de kleine details zoals stiksels en biezen toe. Klassiek doorgestikt leer blijkt prima te combineren met modern koolstofvezel, zo bewijst deze Bentley. Je voelt je bevoorrecht om hier te zitten.
 
Aan de buitenkant zie je tal van aanpassingen die zijn overgenomen van de dichte Continental SuperSports. De lampen hebben een iets donkerder optiek en sluiten daarmee goed aan bij het ontbreken van glanzend chroom. Dit is allemaal vervangen door zwarte afwerking. Aan de randen van de voorbumper gapen grote koelgaten, de turbineachtige velgen noemde ik al. Koelopeningen in de motorkap zijn ook specifiek voor de SuperSports. Andere wijzigingen zijn minder goed zichtbaar. De spoorbreedte achter is groter, de afstelling van de ophanging is daarop aangepast. De grondspeling nam vóór met tien millimeter af, achter is dat vijftien millimeter. Alle wijzigingen tezamen maken van deze open Bentley een machtige automobiel. Niet voor niets spreekt zelfs de fabrikant, die toch wel wat gewend is, van een ‘extreme machine’.
 
Opvallend genoeg is er ook een aantal zaken dat je niet kunt rijmen met deze betiteling. Allereerst is er de dikkere (dus geluiddempende) stoffen cabriokap. Nog opvallender is de herintroductie van de achterstoelen. In de coupé zit daar een dwarsversteviging. Een luxe kap en extra zitplaatsen, hm. Zo extreem klinkt dat niet. Maar als je het concept van de auto bekijkt, snap je alles.
 
Want eigenlijk moet je elke cabrio met ballen kritisch op de korrel nemen. Bekijk je het zwart-wit, dan lijken de tegenstellingen enorm. Wil je een messcherp sturende auto die heel secuur door bochten gaat, dan is een cabriolet geen voor de hand liggende optie. Deze carrosserievorm staat over het algemeen niet bekend als superstijf. Je moet niet het dak van een auto halen en dan open bloot de potentie gaan aanprijzen. Je zou een pleefiguur slaan.

'Je ervaart de acceleratie als een constante druk op je borstkas'
 
Daarom heeft de Convertible een reeks verstevigingen aan boord die het gemis van een vast dak moeten compenseren. De centrale tunnel van de monocoque is van sterker staal gemaakt, onder de vloer zitten verstevigingsbalken die zowel de linker- als de rechterkant als de voor- en achterkant met elkaar verbinden. Ze doen hun werk naar behoren, maar om eerlijk te zijn, bespeur je toch een lichte verdraaiing van de carrosserie en een tik in het stuur als de weg minder effen is. Het is niet onoverkomelijk, maar onopgemerkt blijft het zeker niet.
 
Gek genoeg neemt dit torderen af als de snelheid omhoog gaat. Ik weet dit, want na urenlang voortdurend de afweging te hebben moeten maken of ik me zou overgeven aan de letter van de wet of aan het genot van het rijden, vind ik eindelijk een traject waar ik de SuperSports even echt kan laten lopen. Moeders, wat een geweld. Trap je het gaspedaal in, dan is er geen moment van aarzeling in de tractie. Je ervaart de acceleratie als een constante druk op je borstkas. De donkerbruine roffel tijdens schakelmomenten lijkt op het geluid van Audi’s en VW’s met dsg, maar dan vele malen sterker. De 40/60-verdeling van de vierwielaandrijving zorgt dat de indraai van scherpe bochten veel vanzelfsprekender gaat.
 
De besturing is prima, al zou die op lange stukken wat minder nerveus mogen zijn. Ook hier geldt weer dat de rijkwaliteit toeneemt met de snelheid. Daarnaast is de luchtvering anders afgesteld, zodat de demping ook in de sportstand comfortabel is. Zelfs in de ‘hardste’ stand heb je echt een standaard Convertible nodig als vergelijkingsmateriaal om het verschil te ervaren. Remmen geeft geen problemen, want de koolstof schijven zijn de grootste die momenteel op een serieproductie auto worden gemonteerd. De SuperSports Convertible is zeker geen one-of-a-kind model, maar een duidelijke, zij het fenomenale, afgeleide van een auto die er al was.
 
Dat is het enige probleem van deze SuperSports. Ondanks de pretentieuze woorden van Bentley zal je niet veel méér indruk maken met dit model. Zijn prestaties zijn ongelooflijk imposant, maar tegelijkertijd doet de SuperSports zijn kunstje zo vanzelfsprekend dat hij helemaal niet snel aanvoelt. Geef je gas, dan is aan de explosieve lancering van de snelheidsmeternaald te zien dat je flink versnelt. Maar dat is dan ook de enige indicatie. Passagiers zullen er weinig van merken.
 
Daarin schuilt zowel een goede als een slechte eigenschap. Zeker met de gevoerde kap dicht zoef je in alle rust maar met een enorme snelheid over de weg. Wat valt er nog meer te wensen? Niets, maar de 600 pk sterke Continental Convertible in Speed-uitvoering kent dat kunstje ook. Dus van de SuperSports verwacht je een agressiever rijgedrag. Ik wil luid geraas, klepperende nieren en nerveus gegiechel van de passagiers. Nu voelt het meer aan als een snelle Speed dan als een open versie van de SuperSports-coupé.
 
Wat zit ik te zeuren. Deze auto tovert simpelweg een lach op je gezicht. Het ontwerp gaat al wat jaartjes mee, maar zeker in deze oorlogskleuren is het nog steeds een intimiderende verschijning. Toch is ie heel handelbaar. Het rijgedrag is ontzagwekkend maar betrouwbaar. Hij is niet zo begerenswaardig als de dichte variant, maar wil je een vierpersoons cabrio die in prestaties niet te evenaren is, dan moet je deze hebben.


Geen reacties

Geen reacties ontvangen op dit bericht.

Plaats zelf een bericht

Je krijgt automatisch van ons een mailtje met daarin je reactie én een link.
Door op die link te klikken activeer je je bericht op onze site...

Bedankt voor je reactie

Klik op de link die nu naar je gemaild wordt...