Autotests
Audi A7 3.0 TFSI
08-07-20111 reactie
Ah – controversiële auto’s, wat houden we toch van ze. Of het nou de Fiat Multipla is, de Nissan Cube, de BMW X6, het maakt niet uit; het zijn de auto’s die emoties losmaken, die passie preken. Het zijn de jongens die duidelijk maken dat auto’s helemaal niet ‘steeds meer op elkaar gaan lijken’, en daar kunnen we er niet genoeg van hebben. Het vervelende is namelijk dat we de laatste tijd de indruk hebben dat auto’s inderdaad elkaar steeds meer gaan imiteren. Vooral het Duitse trio BMW, Mercedes en Audi kan er wat van; lijntje zus of zo erbij of eraf, paar portiertjes erbij en hop: nieuw model. Niet dat het lelijke auto’s zijn, integendeel, maar juist van deze merken mag je meer verwachten dan wat we fietspompdesign willen noemen. Wie een BMW 3-, 5- en 7-serie naast elkaar zet, of een Audi Q3, Q5 en Q7, weet precies wat we daarmee bedoelen.
De A7 Sportback is anders. Natuurlijk, de hele Audi-designtaal zit erin, maar vooral de achterkant roept gemengde gevoelens op. De één vindt het schitterend, een echte vierdeurs coupé, de ander zou nog niet dood in een straal van vijf kilometer rond het ding aangetroffen willen worden. Wij? We zijn er nog niet helemaal uit. Hij doet erg denken aan de eerste Mercedes CLS en die vonden we er in het begin ook uitzien als een hond die iets verkeerds had gegeten. Na verloop van tijd vonden we ‘m steeds mooier worden en nu zelfs prachtig. We hebben het gevoel dat het met de A7 langs dezelfde lijnen zal gaan lopen.
Het interieur is daarentegen boven elke discussie verheven. Audi heeft op dit gebied al jaren terecht de naam de beste te zijn (Mercedes en BMW geven zelf toe een Audi-interieur met argusogen te bekijken) en slaat met de A7 de hoop van iedere concurrent nog eens in de buurt te kunnen komen genadeloos de grond in. De allermooiste materialen, verwerkt op een manier die zo griezelig perfect is dat je er je huis voor zou verkopen en er grijnzend en knikkend mee zou instemmen de rest van je leven zittend door te brengen.
Op de drieliter zescilinder benzinemotor met turbo en directe inspuiting valt al evenmin iets aan te merken. Hij loopt zijdezacht maar is gretig, is fluisterstil maar laat een fraaie grom horen als je hem op zijn falie geeft. Met z’n 300 pk zit de A7 in 5,6 seconden op 100 km/u, onmerkbaar de ene na de andere van de zeven koppelingsloze versnellingen doorlopend tot er 250 km/u op de klok staat. De wegligging is feilloos en allerlei instelbare elektronica zorgt precies voor het weggedrag dat bij je humeur past.
Sluitpost van dit verhaal (en ieders overwegingen er een aan te schaffen) zijn de kosten. Deze A7-versie is met zijn prijs van 72.910 euro al geen koopje. Maar dat Audi het voor elkaar krijgt onze testauto, zelfs zonder prijzige snuisterijen als een head-updisplay of B&O-audio, op te schroeven naar 107.663 euro, tart iedere verbeelding. Vijfendertig mille aan extra’s – dat gaat dus echt helemaal nergens meer over. De schoonheid wordt duur betaald.
Coolste tests
Deze maand in TopGear Magazine
Het nieuwste nummer ligt nu in de winkel. Met het laatste nieuws, autotests, achtergronden en uiteraard die drie wijze mannen die ook met hun hoofd boven deze site staan.
Gratis nieuwsbrief
Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief voor het laatste TopGear-nieuws














1 Reactie
de 3.0 TFSI heeft geen turbo, maar een mechnisch aangedreven compressor